brs85T

De avonturen van Moos en Tippe

In het lange weekend van 18-22 juli, zouden Brigitte en ik op het huis en beesten van Aletta en Jaap in in Welsum passen. Lekker weer, rust en dus een mooie gelegenheid om eens lekker met Moos en de 13-jaar oude Rottweiler Tippe te gaan wandelen: altijd leuk en goed voor de conditie. De eerste twee dagen was ik er alleen omdat Brigitte op ons huis in Utrecht moest passen: het staat in de steigers en wordt geschilderd.
Maar zaterdagmiddag kwam ze dan toch en heb ik haar heel romantisch opgehaald op het stationnetje van Olst. En omdat Brigitte er nu was, kon ik ook andere wandelingen doen dan alleen maar van en naar de boerderij. Ik kon nu op een plek worden afgezet waar geen auto’s reden zodat ik een langere riemloze wandeling met Moos en Tippe kon maken.

Zogezegd, zo gedaan en Brigitte bracht ons zondagmiddag naar een plek waar een zgn klompenpad een straat kruist. Zo'n klompenpad is niet meer dan een zandpad met wat overtollige stenen en is ideaal voor een wandeling en/of mountainbike-tocht. Dat pad konden we dan helemaal aflopen (90 minuten) , terug naar de boerderij van Jaap en Aletta.

Afbeelding1Echter, ik had me vergist in het afzetpunt. Niet dat op de kaart maar wel in de plek waar ik zei: "stop maar, hier is het".

Moos, enthousiast als altijd, wilde direct de auto uitspringen maar ik had haar aan het lijntje dus niets aan de hand. De zwaar hijgende, 13-jaar oude Tippe sprong er ook uit en bleef netjes naast de auto zitten. Gegeven haar leeftijd en algehele conditie vermoede ik van haar geen afwijkend gedrag. Met z'n drieën Brigitte vrolijk uitgezwaaid en op weg.

Echter, na 10 meter hoorden beide honden opgewonden gekakel van kippen die vrij in een bosje tussen de weg en het erf van een aanpalende boerderij lag. Moos trok aan de riem en Tippe stormde eropaf.

Gebrul van mij mocht niets uitmaken. Tippe joeg de kippen door het bosje en een kip vluchte voor hem uit naar de andere kant van de beek. Daar aangekomen wist de kip niets beters te verzinnen dan in het water te springen. Nu zijn kippen geen watervolgels, maar deze slaagde er wonderwel in om al fladderend de 4 meter brede beek over te steken.

Ik probeerde ondertussen de honden te kalmeren (beiden nu aan het lijntje) en liep weg van het Plaats Delict.
Maar ja…… schuldgevoel, economische waarde voor de boer en vooral die kip.

Dus toch maar teruggelopen en de kip gezocht. Na enig speuren zag ik haar. Ze hield zich stil aan de rand van de beek maar slaagde er niet in om op eigenkracht de te steile oever op te klimmen. Wat nu…..?

De riem zo om een paaltje gebonden dat beide honden nu goed vast zaten en naar de overkant gelopen. De oever was echter bezaaid met dik struikgewas vol met struiken, bramen en brandnetels. Nou ja…. Wie A zegt moet B zeggen dus op handen en knieën door het struweel gekropen op weg naar de oever en de kip. Die kip hoorde mij wel aankomen en begon te kakelen en te fladderen: "oh nee, niet wegvliegen!"
Hierdoor sloegen Tippe en Moos weer aan en stonden luidkeels te blaffen aan de overkant van de beek. Dat hielp wellicht want de kip had niet de neiging om weer de beek op te fladderen. Al liggend in de brandnetels kon ik nu mijn hand onder de kip leggen en het beest zo naar boven tillen. Eenmaal uit het water sprong de kip al kakelend en fladderend de struiken in en verdween. Ik kon nu weer terug kruipen: eind goed, al goed en die brandnetelsteken gaan vanzelf weer over.

Afbeelding2Ondertussen waren van verschillende kanten mensen naar buiten gekomen, gealarmeerd door al dat lawaai. Maar na een vriendelijke knik en een gemompelde opmerking ("er lag een kip in het water"), toog men schouderophalend weer naar binnen.

De rest van de 7km wandeling verliep rustig hoewel ik bij alle passerende boerderijen voor de zekerheid beide dames toch effe aan een touwtje heb gedaan. Moos maakte ondertussen duidelijk dat het eerder geconstanteerde jachtinstinct er wel degelijk is.
Tijdens de laatste kilometer stond de wind gunstig: kwam uit het westen aanwaaien over de wei en nam zo alle geuren van mogelijke beesten mee. Ze begon als vanzelf te cruisen en sprong op een gegeven moment hoog de lucht in om op haar prooi te duiken. Blijkbaar zat er iets maar Moos had (gelukkig) niets in de bek. De dagen ervoor had ze op die manier al 2x een eend gespot en opgejaagd. Een veldje verderop stonden 12 Ooievaars in de wei en hoewel de vogels duidelijk konden vliegen leek het me geen goed idee als Moos daar achteraan zou gaan: dus weer een touwtje.
Mooi om te zien dat Moos een echte jachthond is, maar wel lastig op dit soort wandelingen.

 

 

Moos afgekeurd ?

Nou ja, dat is niet helemaal waar want te eindigen met een Zeer Goed op de eerste Kampioensclubmatch voor zowel Moos als haar baas, is beslist niet verkeerd. Maar ja, van de 20 jonge teefjes die meededen kregen er 4 een ZG en de rest een Uitmuntend en dan voelt dat……….😀

Maar zonder gekheid: het was het een geweldige dag. De eerste dag van juni, de eerste zomerse dag op de Kampioensclubmatch die in een schitterend park werd gehouden met 80 vrolijke en schitterende Drenten. Veel bekende gezichten waaronder beide bazen (Stefan en Mirjam) van de ouders van Moos en iedereen even hartelijk, geïnteresseerd en vrolijk.

De ring waar het ging gebeurenRing-1 waar het allemaal ging gebeuren De dag begon met het ophalen van ons nummer (34), een kop koffie, het goed bekijken van hoe zo’n show nu precies gaat en natuurlijk het uitelkaarvlechten van Moos en talloos vele andere Drenten die hun wederzijdse enthousiasme niet opkonden. Eerst waren de reuen aan de beurt. Ze moesten in een van de twee ringen een rondje lopen, stilstaan en zich laten betasten door de keurmeester.
Daarna weer achteraansluiten waarna de volgende aan de beurt was. Toen die allemaal geweest waren, mochten de dames. Eerst 2 schattige puppies (tot 8 maanden) en daarna de “Jonge Meisjes” (8-18 maanden oud) die met z’n twintigen precies 25% van de gehele Drenten populatie van de dag vulden. Dat kon natuurlijk niet in een keer en na onze gezamenlijke presentatie werden we in 4 groepjes van 5 opgedeeld.

Met ons nummer 34 waren Moos en ik de eerste die mochten beginnen. Aiii.
Voor beiden was het de eerste keer dat we zoiets deden en ik had eigenlijk geen idee wat precies de bedoeling was. Een rondje lopen dan maar? Met ferme pas begon ik aan het rondje maar de keurmeester greep in: “het mag wel wat sneller hoor!” Dus dan maar in een redelijke draf de rest van het rondje gelopen. Vervolgens de diagonaal, maar die bleek ik niet alleen heen maar ook terug te moeten lopen. Al met al best knullig van mij maar Moos bleef er even vrolijk als altijd onder.
Gelukkig wilde ze niet zoals dikwijls bij de jachttraining, naar de andere honden toe, maar bleef ze redelijk netjes naast me lopen. Ook het laten betasten ging goed, alleen was ze door alle opwinding en het warme weer (we stonden om 11:30 in de volle zon) best wel moe. Toen ze netjes moest gaan staan om zich goed te laten bekijken, besloot ze spontaan er maar eens bij te gaan zitten. Opgetild, maar weer ging ze zitten. Tiny Key van de vereniging fluisterde me toe “laat haar drentelen” gewoon ’n klein beetje lopen zodat ze niet kan gaan zitten. Zogezegd, zo gedaan en dat hielp.

IMG 4587Moos ligt heerlijk in de schaduw van een grote eik het gebeuren van afstand te bekijken Ondertussen hoorde ik de keurmeester allemaal mooie dingen zeggen: “Goed gebit, mooie vacht”. Nou dat zit wel goed dacht ik dus. Na afloop weer netjes aansluiten en naar de 4 andere teefjes en hun bazen kijken. Moos was u echt gaar en besloot er maar te bij gaan liggen. Na afloop eerst een bak water gezocht en daarna een grote boom waaronder het in de schaduw goed toeven was. Sofietje, het zusje van Moos met de fokker Stefan waren er ook en was een gezellig weerzien voor zowel de honden als de bazen.

Het was zeker jouw eerste keer” vroeg Stefan. “Eh, was dat te zien dan”vroeg ik”, “eh, ja, best wel” antwoorde Stefan met een grote grijns. Nou ja, ieder begin is moeilijk.

Nadat alle 20 dames op deze manier gekeurd waren, moesten we allemaal weer in de ring komen voor het finale verdict. Eerste de honden met een Zeer Goed riep de keurmeester. Die worden bedankt en mogen de ring uit stappen. Nr 34!, nr X, nr Y en nr Z. Jullie worden bedankt! De rest heeft een Uitstekend en mag even blijven staan.

Daarna werden er vier Drenten geselecteerd die als de beste van die 16 Uitmuntende dames gezien werden. Een daarvan was het zusje van Moos: Sofie.

Was onderhand behoorlijk nieuwsgierig naar de motivatie van het oordeel; wat was er nu mis met die ontzettend leuke Moos van mij? Maar daarvoor moest ik netjes wachten tot het einde van de dag wanneer alle keurmeesteroordelen zouden worden uitgereikt.

Na de 20 jonge meisjes waren de twee dames van de tussenklasse aan de beurt (15-24 maanden). Het bleek dus dat je met een hond van 15 t/18 maanden kunt kiezen of je voor de jonge honden of voor de tussenklasse gaat. Strategisch zou het dus verstandiger zijn geweest, merkte Ines de Gimbrère op, wanneer ik mijn 16 maanden oude Jacquine in de tussenklasse had uitgebracht. Maar ja, niet getreurd en een Uitmuntend als Jonge Hond was zeker niet verkeerd.

Nadat alle honden gekeurd waren, was er even een soort pauze waarna de eindstrijd begon. Van alle honden die naar de volgende ronde mochten, werd de volgorde bepaald: 1, 2, 3 of 4 (als er tenminste vier waren). Moos d’r zusje werd zowaar nr 3 waarmee de familie eer gered was.

IMG 4588De finales van de KCM. Bekeken vanuit een lommerijke plek aan de rand van de ringSamen met Moos ging ik bij mede-redactielid Selma Tiemeijer in het beschaduwde gras zitten. Haar 2 mooie en volwassen reuen (senior Okke en Abe) waren nog in de race en werden door haar man Richard voorgebracht. Selma zat belangstellend toe te kijken met haar 3 maanden oude pup Vedde. Moos en Vedde konden het geweldig met elkaar vinden en Selma legde mij ondertussen de fijne kneepjes van het showen en beoordelen uit.

Ondertussen deden haar twee reuen het geweldig en senior Okke werd zowaar kampioen in de seniorenklasse.

Tegen drie uur naderde de grote finale en zowaar: de beste Drent van deze geweldige dag werd een erg mooie teef:

De keurmeesters bedankten ons allemaal voor de eer op deze dag te mogen keuren hetgeen ze op een groot applaus kwamen te staan. Moe, rozig door de vele zon en toch wel erg voldaan liepen Moos en ik naar de auto maar niet voordat we de beoordeling hadden opgehaald:

uitslag MoosDe uitslag van Moos. Frele gestalte = te mager maar dat houden we voorlopig zo (nu de baas nog)Tja, klopt allemaal wel. Om de gewrichten van Moos zoveel mogelijk te ontzien, houden we haar aan de magere kant (onze vorige Drent Pepper had uiteindelijk last van haar voorpoten en zij moest toen zo mager mogelijk gehouden worden). Alleen die Topline en lage staartaanzet? Wat is dat nu weer?

Gelukkig was daar weer Tiny Key die mij precies liet zien en voelen wat de keurmeester daarmee bedoel had. En dat ze nog volwassen moet worden (zowel qua lichaam als geest) dat was mij ook wel duidelijk. Geheel tevreden met een volkomen uitgetelde Moos weer terug naar Utrecht alwaar voor Moos een frisse bak water en voor mij een gekoeld biertje klaar stonden.

Al met al een geweldige dag!

Arjan

Moos de Wolf

Maart 2019, weer een update van Moos.

Schurft

Afgelopen weken zaten we 2x bij de dierenarts. De eerste keer had Moos een soort bobbel boven haar linker oog. Het voelde zacht aan en er groeide geen haartjes op waardoor er een duidelijk witte plekje zichtbaar was. Het was lastig bij de dierenarts want Moos liet eigenlijk niet toe dat je er aan kwam. Dat werd worstelen: Sabine (de dierenarts waar Moos wel heel duidelijk gek op is), een assistente en ik. Uiteindelijk kon de DA voelen wat het was en er een naaltje in prikken om te zien of er vocht uit zou lopen. Hmmmm, geen vocht dus het advies was: laat maar effe zitten en kijk hoe het gaat.

Opgelucht naar huis. Maar..... in de week erna kreeg Moos witte en rode vlekken op haar neus vlak onder haar rechter oog. Wat nu weer? Een paar dagen aankijken maar de vlekjes werden alleen maar groter. Dus toch maar weer langs de dierenarts na natuurlijk eerst uitgebreid gegoogled te hebben. Zowel Google als de dierenarts dachten aan Demotex ofwel "Jonge Hondenschurft".

Vooral bij jonge honden komt een infectie met de demodex mijt regelmatig voor. Dit wordt demodicose, of jonge hondenschurft genoemd. De demodexmijt is een mijt die van nature voorkomt in de huid van de hond. Wanneer de weerstand van de hond (nog) niet optimaal is, kan de mijt problemen veroorzaken. Bijvoorbeeld jonge dieren, of oude en zieke dieren. De demodexmijt is gastheerspecifiek. Dat wil zeggen dat de mijt niet van de hond naar de kat of de mens overloopt.


Gelukkig is er een pilletje voor en nu maar hopen dat het aanslaat. Normaal gesproken zou het in 3 weken verdwenen moeten zijn.
We wachten af!

Ondertussen is Moos een enorm blije eikel aan het worden. Alle honden (en mensen en vooral kinderen) zijn in principe leuk hoewel ze wel langzamerhand iets kritische aan het worden is. Honden die duidelijk NIET willen spelen, laat ze langzamerhand links liggen. Jammer maar soms ook wel rustig.

Maar Storm, een Duitste Staander Reu van 6 maanden is beslist nog wel een fanatiek speelkameraad zoals de foto's hieronder duidelijk laten zien.

Moos en Storm Moos en Storm Moos en Storm Moos en Storm
Moos met haar grote vriend(je) Storm: een 2 maanden jongere Duitse Staander Reu

Piepkip en de Wolf

In de tweede week van maart (2019) kreeg Moos weer eens een plastic piepkip: zo'n beestje dat heeel hard piept als je er flink in bijt. Geweldig, en ze rende er trots mee door de kamer al bijtend in de kip die dus heel hard ging piepen (nee, niet zielig).

Maar toen begon Moos te huilen. Volgens Brigitte was het loeien als een koe, maar ik hoorde echt de verre voorvaderen er in klnken.

Maar... oordeel zelf in deze 2 filmpjes.

Avonturen van Moos

Het is alweer dinsdag (2 feb 2019) en dus is het weer een Moos-weekdag. Ze is nu 32 weken (224 dagen, iets meer dan 7 maanden) en begint al een echte Drent te worden (qua uiterlijk dan). En hoewel het gedrag nog vaak dat van een puppy is, zien we ook daar wel enige verandering. De "gekke buien" na het eten (hollen, slopen, bijten) zijn zo goed als weg, net als het lukraak knagen aan alles wat los en vast zit is. Alleen het sleuren aan dekens, tapijt of onze kleding wanneer ze zich verveeld, is nog wel gebleven.

Isoleercel

Maar… er is nog wel ruimte voor verbetering. Zo is het ’s morgens piepen & blaffen nog steeds niet verdwenen. Moos hoort ochtendgeluiden en denkt: hééé het is tijd, de dag gaat beginnen. Een paar minuten later, als wij niet komen, begint ze met gepiep gevolgd door geblaf. Het lukt haar nog niet om het verschil te horen geluiden van de buren en die van ons. Dus als de buurvrouw vroeg opstaat om naar haar praktijk in Gouda te vertrekken, denkt Moos dat het leven weer begint. Wel is het zo dat het blaffen steeds minder indringend wordt en ook dat de pauzes tussen het blaffen langer worden. Afgelopen zaterdag bleef het zelfs tot 7:30 stil.

Isoleercel Isoleercel
De Isoleercel van Moos: een grote doos van MDF, aan de binnenkant gevuld met geluiddempendmateriaal. De bench staat er in (met 10 cm ruimte aan alle kanten zodat ze het dempmateriaal niet kan slopen. 's Avonds bij het slapen komt er ook nog een plaat aan de voorkant. Het helpt enorm, maar over is het nog niet. De bovenkant wordt nu gebruikt als gezellig rommelblad met alle klusmaterialen, opladers en andere dingen die je ergens kwijt moet. 

Omdat wij gek werden van dat geblaf hebben we een isoleercel gemaakt: een grote kooi van MDF, aan de binnenkant bekleed met geluidsisolatie (type dat je in zelfgebouwde boxen doet), die om de bench heen staat. Is dus wel een mega-groot object in de kamer maar gelukkig kan ik de bovenkant gebruiken als een soort extra werktafel waarop we de rommel, opladers, telefoons en meer kunnen leggen.

Jachttraining

Moos heeft de eerste puppy-jachttraining cursus afgerond en is nu op voor de tweede: die van jonge hond. De frequentie is van iedere week naar om de week verlaagd en we beginnen pas om 11 uur. Jammer want het kost je zo je halve vrijdag. We proberen zelf als het lukt om in week dat er geen les is  zelf te trainen. Officieel zijn we met z’n vijven maar eentje komt nooit dus effectief met vier: 3 dames en ik.

JachttrainingWinter-Jachttraining met 3 anderen en trainer Ronald bij de Zwarte Weg in Lage Vuursche. De wegen waren glad, maar trainen onder deze omstandigheden was wel een cadeautje. Het jachtinstinct is Moos beslist niet vreemd: als de andere honden een dummy moeten zoeken/ophalen en Moos op haar beurt moet wachten, gaat ze zowat door het dak: janken, trillen, trekken: "ik wil ook!"
Wanneer het moment dan daar is, hoef je haar niets meer te vertellen en doet ze de zoekopdracht zowat vanzelf. De afgelopen weken was het lastig om Moos steady krijgen. Ze begreep niet dat ze op haar plek moest blijven waardoor je er ook niet op kon trainen (steeds langer laten zitten en steeds een stapje verder weg lopen). Trainer Ronald raadde aan het eens met haar etensbak te proberen en dat werkte zowaar. Ik kon haar steeds verder van de etensbak steeds langer laten wachten. Uiteindelijk begreep Moos de bedoeling en nu lukt het ook buiten al (een beetje).

Afgelopen vrijdag deed Moos het zowaar goed in de winterse sneeuw en liep ze met mij mee (ook met de riem los), bleef ze zitten wanneer dat moest en kwam ze naar mij toe toen ik haar infloot. Wondertje!

Bij het vooruitsturen ging het helaas weer mis: ze ging als een speer, at het brokje maar ging vervolgens met het bakje lopen dollen. En het duurde behoorlijk lang voor ze dat afgaf. Ik moest weglopen van Ronald en als ze me dan inhaalde, weer teruglopen. Net zolang tot ze het bakje kwam brengen. Dat duurde een aantal minuten 😠.

Moos in de stad

Dat de stad geen veilige plek is, weten we wel, maar dat Moos de afgelopen week twee keer naar de dierenarts moest, was wel apart.

Stoned

afwerkplekIngang Hogelandsepark met het elektriciteitshuisje waarachter junks vaak zitten te poepen. Rond de lunch op donderdag heb ik een groot rondje Maliebaan gedaan en omdat het lekker weer was kwam daar ook nog even loslopen in het Hogelandsepark bij. Het relatief kleine park is 's avonds een homo-/junkieplek. Maar overdag is het daar mooi toeven en de honden kunnen er even los. Moos dook na het commando vrij vrolijk het bosje in en verdween uit zicht. Ik liep door en vrij snel kwam ze weer naast me lopen. Aangekomen bij de Biltsche Grif ging ze de oever besnuffelen en kwam even later met een enorm stinkende en rottende eend aan.
Daar ging ze trots mee door het park paraderen. Pas na een tijdje was de lol eraf en liet ze de eend liggen zodat ik die in de vuilnisbak kon stoppen. Weer aan de riem naar het Wilhelminapark waar ze met wat andere honden kon gaan spelen.

Eenmaal thuis, kreeg ze eten en ging ze moe maar voldaan (dacht ik) slapen. Ik lekker aan het werk en zo werd het een erg rustige middag.
Te rustig naar later bleek. Want hé, het was al zes uur en mevrouw sliep nog steeds. “Moos, wandelen”. Meestal voldoende om haar enthousiast in beweging te krijgen maar nu helemaal niets. Na enig aandringen kwam ze overeind maar zakte direct weer door haar achterpoten. Wat was dat nu?

Nogmaals geprobeerd, maar weer hetzelfde. Zou het door die rottende eend komen? Zou ze misselijk zijn, een soort voedselvergiftiging? "Kom Moos, mee naar buiten, frisse lucht zal je goed doen".
Maar buiten werd het niet beter en bleef ze enorm wankel, zakte steeds door haar achterpoten en schudde de hele tijd met haar kop. Epilepsie? Het zou toch niet waar zijn?
Omdat ik het allemaal niet vertrouwde ben ik direct doorgelopen naar de dierenarts waar ze in de wachtkamer weer in elkaar zakte. Na 10 min wachten werden we opgehaald en begon de DA Moos te onderzoeken. Wel, ik zie het al: Junky poep. Moos had waarschijnlijk in het Hogelandsepark de poep van een junk gegeten en was dus zo stoned als een garnaal. Grappig als het niet ook behoorlijk gevaarlijk was.

Er kon niets aan gedaan worden; het lichaam moest zichzelf weer bij elkaar zien te rapen. Het enige dat gegeven kon worden was een middel tegen de duizeligheid en wat cortisonen om wat aan te sterken. Dus opgelucht weer naar huis gelopen alwaar Moos haar roes verder kon uitslapen. Gedurende de avond begon ze langzaam bij te komen en tegen middernacht was het grotendeels over. Nog enigszins wankel zijn we het nachtelijke rondje gaan lopen waarna Moos nu ging slapen. 's Morgens was er niets meer van te merken en was ze weer alert en vrolijk als altijd.

Splinter

Eind goed, al goed? Nee. Want drie dagen later na een stevige wandeling rond het Spoorwegstation en vervolgens een rustige avond, liep Moos bij het "voor het slapengaan rondje" zo kreupel als maar kon. Niks nog effe door het park maar letterlijk een blokje om. Maar zelfs dat lukte niet en de laatste 50 meter heb ik naar huis moeten dragen.
Te veel gewandeld, te veel laten spelen, was ze overbelast? Allerlei gedachten maalde door mijn hoofd terwijl Moos hinkend en wel stilletjes in de bench ging liggen. Met een bezwaard gemoed gaan slapen, in de hoop dat het een verstapping zou zijn en dat het ’s morgens weer over zou zijn.
Nou, nee. Nog steeds mank en het park haalde ze net. Poepen en plassen en weer naar huis waar ze strompelend naar haar etensbak liep. Wat nu?

Door mijn recente lens-implantaten is het zicht dichtbij verre van optimaal dus naar Moos d’r linker voorpoot staren hielp niet echt. Maar ik meende toch iets te voelen maar Moos liet nauwelijk toe dat grondig te doen. Brigitte gevraagd eens goed te kijken en zij zag een wondje. Zou dat het zijn? Dus met de auto naar de DA waar Moos snel geholpen werd.
Inderdaad, d’r zat iets in haar poot. Na enig gepeuter met naalden (de DA had een soort vergrootglas op z’n hoofd om beter te kunnen zien) werd er een glassplinter van 5 mm uitgehaald: dat was het dus. Splinter eruit, verband er omheen en nu vrolijk teruglopen naar huis. Pfffff ook dit was goed afgelopen.

Thuis knaagde Moos snel het verband eraf, maar goed: dat was er vooral tegen het bloeden op het tapijt. Ik moest werken in de binnenstad, en bij terugkeer was Moos alweer een stuk vrolijker. Rustig wandelingetje in het park gemaakt (maar ditmaal zonder met andere honden te spelen).
Bij terugkomst Moos met haar poot in een soda-badje gezet (hoop gedoe) waarna ze eindelijk eten kreeg. Lijkt nu (dinsdagavond) allemaal de goede kant op te gaan en we gaan nu maar eens ons nachtelijke rondje lopen.

En hopelijk is het DA-bezoek nu voorlopig over. Aardige vent maar toch…..
Gelukkig gaat het twee dagen later allemaal weer goed met Moos. Ze speelt weer vollop en likt als vanouds de bek van Gaia.

Moos Gaia 1 Moos Gaia 1 Moos Gaia 1
Moos likt vol enthousiasme de bek van Gaia, de 7 jaar oude Saarlose Wolfshond: de onbetwiste "Koningin van het Wilhelminapark".

Belevenissen met Moos: eerste weekend van december

Het eerste weekend van december was wel weer apart.
Zaterdag voor het eerst met Moos naar Park Bloeyendael gegaan. Was altijd een van de favoriete plekken voor Pepper, maar tot nu toe lag het qua wandelen, net iets te ver weg. De wandeling langs het water bij begraafplaats Sint Barbara vond ze heerlijk (hard heen en weer lopen) maar de best wel donkere, vochtige tunnel onder de Waterlinieweg was wel iets aparts. Zeker ook omdat de vloer bestaat uit ijzeren platen met gaatjes die meebewegen als je er overheen loopt.

bloeyendaelWandeling van huis naar Park Bloeyendael en terug.

Om de tunnel uit te komen, moet je een stalentrap met roosters op. Is voor veel honden lastig en regelmatig hoor je verhalen dat er weer een hond met een teennagel klem is komen te zitten (met alle gevolgen van dien).

Dus Moos opgetild en de trap op gedragen. Vond ze maar niks maar het is maar 3 meter omhoog, dus dat viel mee (voor mij).

bloeyendaelEenmaal in Bloeyendael ging ze helemaal los. Keihard heen en weer lopen, overal snuffelen, tot aan het water lopen (maar er niet in) en maar snuffelen.

Gelukkig was er niemand anders (geen beheerders die komen vertellen dat de hond niet vrij mag rondlopen) en konden we wat training gaan doen. Vooral het apport ging erg goed.

Op de terugweg de trap afdragen en weer door die vreemde tunnel. Maar eenmaal op vaste grond was het weer helemaal ok.

Panbos

Zondag was een regenachtige dag. ’s Morgens gewone rondje rond de Hoogstraat. Lekker nat geworden en opgedroogd op het kussen. Niks bijzonders. Maar vóór Buitenhof (12:00 – 13:00) wilde ik haar nog even 45 min laten lopen in het Panbos in Bosch en Duin.

Dat ging in eerste instantie goed (saai bos met veel honden en dennen en je kunt redelijk ver kijken). Omdat ik bang was dat het normale rondje (met Pepper) net iets te lang was, besloot ik een kleine “shortcut” te nemen.

MooswegWandeling op zondagochtend. Het was de bedoeling om uiteindelijk van de plek waar Moos verdween langs de golfvelden naar de zandvlakte links-onderaan te lopen en vandaar weer naar de auto. Nu vind ik dat Moos op de baas moet letten en dus moet zij steeds kijken of ik nog in de buurt ben. Maar... pas 5 maanden, en dus "Moos....kom hier" toen ik de shortcut nam.

Richting horen

Het aparte is dat Moos nog geen richting kan horen. Ook bij het wandelen in de buurt valt het me op dat zelfs ik met mijn oude oren goed hoor waar het geluid vandaan komt (bv van een blaffende hond achter de ramen van een huis waar we langs lopen). Maar Moos (nog) niet. Ze gaat dan heel hard overal naar kijken maar dikwijls niet in de juiste richting.
Zo ook gisteren: ze hoorde mij, draaide zich om (mooi dacht ik) keek en keek en keek maar zag mij niet zwaaien en ging toen heel hard rondlopen en zoeken: maar wel in de verkeerde richtingen. En dus was ze even later weg. Vlak daarna zag ik haar weer en toen was ze weer weg.

Gvd, ik zoeken, fluiten en roepen en natuurlijk naar de plek lopen waar ze verdween. Geen effect... nog meer zoeken..... maar ze was weg.

Even later kwam er een paard hard langslopen (zou ze daar bang voor zijn en nu helemaal zijn weglopen en waarheen dan ????)
Uit pure wanhoop maar naar de auto gelopen en het ondertussen aan iedere passant gevraagd of ze een kleine, jonge bruin-wiite hond hadden gezien. Niemand had iets gezien en iedereen beloofde mij te bellen als ze een bruin-witte jonge hond zouden zien (mijn nummer hangt om haar hals). Wat nu? En dus weer terug naar de plek des onheils.

Uiteindelijk maar in de richting gelopen waarin we oorspronkelijk liepen. Weer niets en het begon nu wel heel hard te regenen. Wat moet je doen in dit soort omstandigheden?
Pepper had een goede neus en kwam altijd wel weer terug, maar Moos is nog te jong. Ze leert nu haar neus gebruiken maar echt spoorzoeken is er nog niet bij.

Nog een jogger en zo waar... die had net een kleine hond met wit en zwart (nu ja, het was een erg grijze dag) gezien die vrolijk bij andere mensen en hun hond liep. Wie weet.... ik die kant op en ja hoor..... mevrouw was vrolijk met een Golden Doodle aan het spelen en liep gezellig met een ouder echtpaar mee.
Ze kwam echter wel toen ik haar riep en was, zo te zien, toch wel opgelucht.

De mensen vriendelijk bedankt en nog maar even een eigen tochtje gemaakt om Moos weer rustig te krijgen (niets aan de hand toch?). Maar Moos was kletsnat en moe en dus heb ik de wandeling afgebroken en ben naar de auto gelopen. Onderweg kwam de Golden Doodle nog 3x Moos opzoeken om verder te spelen. Dat deed Moos dan met veel plezier maar ze kwam wel keurig terug als ik haar riep: de schrik zat er toch wel in.
Uiteindelijk gezellig keuvelend met de Doodle en haar eigenaren naar de auto gelopen. Thuis heeft ze de rest van de middag geslapen 🙂

De rest van de dag was Moos behoorlijk moe. Tijdens het rondje voor het slapen regende het nog en Moos had bijzonder weinig zin om er uit te gaan. Toch maar gedaan en zowaar geplast en 2x gepoept. Mooi zo, dat zou een rustige nacht worden.

Doorwaakte nacht

Moos is moeMoos en Arjan zijn moe na een redelijk doorwaakte nachtEchter, om 03:45 begon ze hevig te blaffen. Da’s niet normaal en de vorige keer bleek dat ze dan heel nodig moest plassen/poepen. Dus slaperig naar beneden gegaan en haar de tuin in gelaten. Ze snelde naar buiten en ging plassen en even later poepen (2x) en naar vanochtend bleek was dat groene diarree. Zelf ben ik maar weer op de bank gaan slapen (met Moos erbij) en heb haar om 07:00 nogmaals in de tuin gelaten (ze stond te piepen voor de deur).

Om 07:30 kwam Brigitte uitgeslapen naar beneden (heerlijk rustig geslapen 😀) en trof mij al slapend aan met Moos.

Nu maar even rustig aandoen (weinig eten en even niet gewandeld). Mevrouw ligt nu lekker te slapen onder een dekentje en toont geen enkele aandrang om de deur uit te gaan. Wellicht dat we het rond het middaguur weer gaan proberen.

 Utrecht, 3 december 2018

Moos 20 weken

Moos trainingMoos, met 4 andere jachthondjes, bij de wekelijkse puppy-jachttraining "ergens" in de provincie Utrecht

Moos 20 weken

Vanochtend (13 nov 2018) bij het opstarten van de computer werd het duidelijk: het is vandaag de 20ste “verweekdag” van Moos.

Hoe gaat het met Moos?

Hoewel ze een enorme handenbinster is, kunnen we stellen dat het behoorlijk goed gaat meet Moos(ke). Ze doet het redelijk goed op de wekelijkse puppy-jachttraining, hoewel het wel een (eigenwijze) Drent is en blijft. Verliefd naar de baas kijken en netjes aan de linkerkant meelopen is niet iets dat ze vanzelf doet. Het vooruitsturen begint nu een beetje te komen hoewel ze niet alleen het brokje opeet maar ook het schaaltje waar het brokje inligt, meeneemt.

Moos op Kermis 4Moos krijgt weer eens aandacht van een passerend meisje In de stad gaat het over het algemeen perfect hoewel ze nog steeds moet wennen aan sommige ongewone situaties en geluiden zoals een wapperende vlag in de schemer, een passerende veegmachine die de bladeren van de stoepen komt vegen, de trein door de Burg. Reigerstraat, de ambulances van het Diakonesse Ziekenhuis en de soms harde straatmuziek. Ze blijft dan staan of gaat zitten, houdt haar kopje scheef en gaat het allemaal eens goed bekijken. Soms, als het haar teveel wordt, dan kruipt ze achter mijn benen om het vanuit een veiliger positie te aanschouwen. Na een paar minuten is het dan meestal ok en gaat ze voorzichtig op onderzoek.
Maar het reizen met de bus gaat goed, van brommers en scooters kijkt ze nauwelijk meer op en mensen (en vooral kleine kinderen) zijn nog steeds even leuk. Omdat de meeste mensen Moos ook erg leuk vinden en haar allemaal blijven knuffelen, zal dit voorlopig ook wel zo blijven. Voor het passeren van de Appie bij het middagrondje moet je dan ook 10 min extra uittrekken.

Andere honden

ParkWilhelminapark-vrienden van Moos.

Wandelen en vriendjesmaken met de talloze buurthonden gaat uitstekend. Ze wordt door de meeste andere honden volledig geaccepteerd en begint al op grote afstand heel hard te kwispelen als ze weer een buurthond heeft gespot. Natuurlijk heeft ze zo haar favorieten; meestal jongere honden waarmee het goed spelen is, maar ook de Koningin van het Wilhelminapark (Gaia, een 8 jaar oude Saarloze Wolfshond) behoort duidelijk tot haar favorieten. Ik realiseer me goed dat Moos nog lang niet volgroeid is en dat ik haar in dat spelen moet beperken. Als ze weer helemaal losgegaan is, wordt ze na zo'n 5 tot 10 minuten weer aangelijnd en met enige drang mee naar huis genomen, iets dat ze zich uiteindelijk goed laat aanleunen.

Uiteraard zijn niet alle honden (en baasjes) gediend van zo’n springerige pup en om de zoveel tijd (als ze het echte te bont maakt) krijgt ze een forse snauw: uitstekend want daar leert ze van.

Loslopen en terugkomen (met of zonder fluit) gaat ook goed en dat maakt het loslaten (’s avonds met een lichtje om haar hals) een stuk rustiger (voor mij). Zolang er maar geen verkeer is, kun je uitstekend met een loslopende Moos gaan wandelen.

Waar woont Moos?

Moos en Joeri SingelMoos en Joeri spelen bij de Utrechtse singel Sinds 10 oktober woont ze definitief in Utrecht, hoewel ze de eerste week van november toch nog 3 dagen naar Ellen, Berry en vooral Joeri heeft gelogeerd (ivm kleine operatie van mij). Afgelopen zondag waren Joeri en Ellen even in Utrecht en zijn we van de Twijnstraat via de singel naar het Lepelenburg gelopen: hollen langs het water, alle andere honden besnuffelen en zo nu en dan wat kinderen bespringen (Moos, Joeri doet dat niet meer). Kortom, het was direct dikke pret.

Gaan er dingen (nog) niet goed?

Jazeker. Als een echte pup moet ze al haar impressies verwerken en soms wordt het haar gewoon te veel. Zo hadden we afgelopen zondag bezoek van mijn zwager en vrouw, werden Moos en ik in zijn auto afgezet bij de Twijnstraat, hadden we de wandeling met Joeri, kwam het neefje van Brigitte met vriendin even koffiedrinken en kwam uiteindelijk mijn zusje met man en kinderen eten en kennismaken met Moos.

Moos en JoeriMoos en Joeri. Heerlijk spelen in de tuin. Klik voor het filmpje

Dat ging allemaal uitstekend en 's avonds viel ze tevreden op haar kleedje in slaap. Maar het was wat te veel en dat merk je dan de volgende dag: niet te harden. Luistert niet, sloopt alles en gedraagt zich als een echte dictator.

Veel laten slapen zoals Mirjam (de baas van de vader van Moos) uitlegt en veel wandelen (maar niet te veel spelen) werkt dan en de dag daarna is ze weer redelijk normaal. Maar soms komt er dan nog iemand langs, wordt er gebeld door de pakjesdienst of gebeurt er weer iets in de buurt waardoor ze opgewonden raakt: kortom, dat zijn dagen dat je haar werlkelijk achter het behang wilt plakken en enorm blij bent als je 's avonds eindelijk in bed ligt. 

Conclusie

Tja, weet waar je aan begint met zo'n Drentenpup. Maar de balans slaat toch enorm door in het voordeel van Moos. Eigenlijk kun je je geen leven zonder Moos meer voorstellen. Het is soms lastig, het kost veel energie en tijd en soms....... Maar een leven zonder kun je je al niet meer voorstellen.

 

Puppy Jachttraining

KNJVUiteraard moet een puppy getrained worden om ervoor te zorgen dat het een stabiele, redelijk luisterende en tevreden hond wordt. De jachttraining van Pepper maakte mij duidelijk dat die jachttraining appeleerde aan iets dat in de hons zit: zoeken, oppakken en terugbrengen. Het maakte van Pepper een leukere hond en daarom besloten direct een jachttraining te doen met Moos.

Enig Googlen bracht mij bij de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Jachthonden Gewest Utrecht. 28 september was het zo ver: de eerste training in Doorn. Het is de bedoeling dat we iedere week trainen op een andere locatie om te voorkomen dat de pups locatie en handeling gaan associëren.

Op de eerste bijeenkomst werden we hartelijk ontvangen door de drie trainers: Marga Hoonhout, Christiane Timmers en Ronald van der Schagt. Als eerste werden we in groepjes van ongeveer 6 puppies en bazen (=voorjagers) gedeeld. Moos en ik kwamen met een Stabij (),  Stabij-Labrador (Sjoerd),  Pointer () en Spaniel (blacky) in een leuk groepje (onervaren) handen-bezitters. Moos is, zoals uit de foto blijkt, duidelijk de grootste en dus moet ik opletten dat ze de andere pups niet plet.

De eerste regels waren simpel: gewone lijn, niet vrijlaten voor de training, een beetje voeren voor de les, maar niet te veel (dan willen ze minder goed reageren op snoepjes), zoek trainers die jouw pup echt heel lekker vindt en vooral: overtrain de pups niet maar doe het wel iedere dag (en da's best lastig).

jachttraining pups

 

Het mooie van onze training olv Ronald van der Schagt is dat we de dag na iedere training, een samenvatting van de training krijgen en vollop huiswerk voor de rest van de week. (Ik moet dat natuurlijk wel doen!!).

Hieronder de verschillende lessen.

  1. Les 1: PJT_hulp_bij_HW_les_1.pdf
  2. Les 2: PJT_hulp_bij_HW_les_2.pdf
  3. Les 3: PJT_hulp_bij_HW_les_3.pdf

en enkele algemene documenten om je pup/hond beter te begrijpen.

Hoe gaat het met Moos

Moos is nu (3 oktober) drie weken "bij ons". Dwz. we hebben haar 11 september opgehaald en bij Ellen en Berry gebracht alwaar ze de eerste opvoedlessen kreeg, leerde in de bench te slapen en blootgesteld werd aan de geneugten van het Brabantse boerenland.

In de weekends was ze bij ons in Utrecht, en leerde ze met de ongeveer 20 honden in het Wilhelminapark om te gaan, de bus te nemen en zich niets aan te trekken van de herrie van pizza-scooters, luide muzie, schreeuwende kinderen en grote gele bussen. Ook bezocht ze in Utrecht 2x de dierenarts en kreeg ze er haar derde injectie.

Op beide locaties dus erg veel nieuwe impressies die ze dan thuis lag te verwerken. Maar ze deed het super goed. We hadden fokker Stefan nadrukkelijk gevraagd om een robuuste teef en, zoals het er nu uitziet, is dat volledig gelukt.

Op haar Brabantse logeeradres had ze, behalve met Ellen en Berry, ook te maken met Joeri, een vreselijk leuke Drentsche reu. Maar in eerste instantie moest Joeri niets van de kleine drukte maker weten en probeerde hij zo ver mogelijk uit de buurt van Moos te blijven. Maar... eenmaal gewend, bleken die twee het toch uitstekend met elkaar te kunnen vinden, zoals uit het onderstaande filmpje blijkt.

Moos leuk aan het spelen met Joeri tijdens de logeerpartij bij Ellen en Berry Moos gaat de strijd aan met Clara om een super wc-rol die als Midwinterhoorn gebruikt wordt

 

Hieronder nog een paar foto's.


 

Eetschema Moos

schemaMoosHier het "eetschema" voor Moos, gebaseerd op dat van Eukanuba.

  Maanden
KG 1-3 3-5 5-8 8-12 12-14
2 145        
3 190        
4 235 205      
5 270 238      
6 305 270      
7 340 300      
8 375 330 220    
9 405 355 238    
10 435 380 255    
11 462 404 271    
12 489 428 287    
13 516 452 303    
14 543 476 319    
15 570 500 335 265  
16 594 522 349 277  
17 618 544 363 289  
18 642 566 377 301  
19 666 588 391 313  
20 690 610 405 325 295
21   629 418 335 304
22   647 430 345 313
23   666 443 355 322
24   684 455 365 331
25   703 468 375 340
26   721 480 385 349
27   740 493 395 358
28   758 505 405 367
29   777 518 415 376
30   795 530 425 385
           
  Gedeeld door 3   
      Gedeeld door 2 
per keer 135        
           
Leeftijd 4 tot 16 weken: vier maaltijden per dag.  
Leeftijd vier tot zes maanden: drie maaltijden per dag.  

Socialisatie van pups

mooskekEen belangrijk facet van de gedragsontwikkeling is het socialisatieproces van puppies. Hierondr een goed en helder artikel van Dierenkliniek "Den Heuvel". De dierenarts aldaar is ook de dierenarts van de Mooske en haar nestgenoten.

Het stuk behandelt de volgende onderdelen:

Gedragsontwikkeling

Een belangrijk facet van de gedragsontwikkeling is het socialisatieproces. Kennis van dit proces is belangrijk om verschillende redenen. Socialisatie van jonge dieren heeft een opmerkelijke invloed op latere gedragspatronen bij het volwassen dier. Daarnaast geeft een goed begrip van de socialisatie ons een beter inzicht in de normale volwassen gedragspatronen die we verderop zullen bespreken. Kennis van het socialisatieproces geeft een beter inzicht in het ontstaan van afwijkend gedrag. En tenslotte geeft kennis van de socialisatie een aantal handvatten om pups op een gezonde manier op te voeden, en zo later gedragsproblemen te voorkomen.

Socialisatie is het proces waarbij de pup z’n eerste sociale contacten legt met andere individuen, waaronder mensen. Deze sociale contacten veranderen telkens naarmate de pup ouder wordt, en houden verband met vier duidelijk te onderscheiden periodes van ontwikkeling: de neonatale periode, de overgangsperiode, de eigenlijke socialisatieperiode en de puberteit. Ieder van deze periodes is nauw verbonden met anatomische en functionele veranderingen die in de hersenen en het zenuwstelsel ontstaan terwijl de pup opgroeit.

De neonatale periode

Bij de meeste hondenrassen beslaat deze periode de eerste twee weken van het puppyleven. Tijdens deze weken heeft de pup contact met z’n nestgenoten. Het moeder-pupcontact bestaat vooral uit het voeden en zorgen voor warmte (letterlijk); de pup is compleet afhankelijk van de teef, omdat een pup nog geen enkele motorische en zintuiglijke vaardigheid bezit om zichzelf te kunnen redden. Een pasgeboren pup is volslagen doof en blind, maar kan wel goed ruiken. Zintuiglijk is alleen het gevoel voor aanraking en voor warmte goed aanwezig, naast de reuk. Motorisch kan het diertje alleen maar kruipen, zuigen en piepen (bij ontevredenheid). Eetgedrag is beperkt tot zuigen. Plassen en poepen gebeurt alleen maar na stimulatie door de teef (likken aan buik en anogenitaalstreek). Bij een pup in de neonatale periode zien we een eerste ‘onderzoeks’- of ‘exploratie’gedrag in de vorm van langzame kruipbewegingen en het heen en weer bewegen van de kop. Dit gedrag zie je vooral als de pup op zoek is naar de tepel. Alle andere sociale contacten van de pup worden bereikt door zorgzoekend gedrag. Als een pup hongerig is, pijn heeft of het koud heeft, geeft hij snelle piepgeluiden totdat hij door de moeder of een menselijke verzorger gerustgesteld wordt.

De overgangsperiode

Tussen de 15e en de 21e dag van z’n leven verandert er veel in het gedrag van de pup; opvallend hierbij is dat de eerste zintuiglijke, motorische en fysiologische vaardigheden van volwassen dieren nu voor het eerst bij de pup zichtbaar worden. De pup gaat a.h.w. over van een complete afhankelijkheid van de teef naar veel meer onafhankelijkheid. In deze periode beginnen ogen en oren te werken, waardoor hij in staat is te reageren op visuele prikkels en geluiden, terwijl z’n motorische ontwikkeling hem nu in staat stelt om te staan, te lopen en te kauwen. Verder verandert het leervermogen. Aan het einde van de overgangsperiode zien we de eerste volwassen sociale gedragspatronen ontstaan: de pup kwispelt als hij mensen ziet en begint actief te spelen met de andere pups. Verder ontwikkelt de pup een controle over plassen en poepen, en begint dit buiten het nest te doen. Samenvattend: in deze periode gaat de pup vrij snel over van totale afhankelijkheid naar herkenbare volwassen gedragingen.

De socialisatieperiode

Alhoewel sommige sociale verbanden al in de eerste 3 weken van het puppyleven worden gelegd, ontwikkelen de meeste en belangrijkste sociale contacten en hechtprocessen zich later. De echte socialisatieperiode begint in de 4e levensweek, dus vanaf 3 weken, en duurt ongeveer tot de 12e -14e week. In deze periode krijgt de pup bijna al z’n volwassen capaciteiten op gebied van zintuigen, motoriek en leervermogen.

De ervaringen van de jonge pup tijdens de socialisatieperiode hebben een zéér ver gaande invloed op het latere gedrag. Vroeg in de socialisatieperiode bestaat de activiteit van de pup vooral nog uit ‘zorgzoekend’ gedrag, dus uit het zoeken naar warmte, voedsel en troost. De pup hecht zich sterk aan de teef en volgt haar overal in de ren, voor zover mogelijk. Heftig gepiep/gejank zien we als de pup eventjes opgesloten wordt op een vreemde plaats. Daarnaast zien we vaak angstreacties op vreemde voorwerpen of vreemde mensen, waarbij ze dan kunnen janken, grommen of weglopen.

In de vroege socialisatieperiode beginnen de pups te likken en water te drinken, en ook op vast voedsel te kauwen. Het doorbreken van de tanden stimuleert de kauwactiviteiten, en heeft ook invloed op het gedrag tegenover andere individuen. Pups bijten tijdens hun spel op elkaar, waarbij ze vaak ook grommen. Verder vechten ze om het voedsel en om speeltjes, maar nu nog op een speelse manier. Deze manier van spelen speelt wel een belangrijke rol bij het vestigen van een sociale rangorde. De fokker kan nu vaak al zien welke pups later dominant en/of agressief worden, en welke timide en onderdanig.

Andere sociale activiteiten zien we in de vorm van een beginnend roedelgedrag. Als één pup het nest verlaat, gaan de anderen er in de regel achteraan. De pups beginnen hun omgeving te onderzoeken. Eerst benaderen ze vreemde voorwerpen nog voorzichtig en vaak ‘verbaasd’. Zachtjes aan wennen ze aan de nieuwe omgeving, waarna ze weer verder op onderzoek uit gaan. Dit proces zien we ook bij het plas- en poepgedrag. In het begin van de socialisatie-periode gebeurt het plassen en poepen vlak bij het nest (de werpkist). Naarmate de pup verder komt in z’n socialisatie, gebeurt dit verder weg, en op bepaalde plaatsen. In de 4e levensweek heeft de pup dus vooral met z’n moeder contact, en verder met de nestgenoten. De jonge pup leert nu van de moeder bepaalde zaken over verzorgend gedrag, ook al duurt het nog maanden voordat ze dit aangeleerde gedrag zelf gaan vertonen. Het is bv van belang voor de teefjes onder de pups, omdat ze nu een aantal gedragspatronen leren die van belang zijn voor een goed, normaal moedergedrag. Deze periode is in zoverre belangrijk dat zware emotionele en sociale stress op deze leeftijd een levenslang effect op de pup hebben. De manier waarop de moeder of verzorger reageert op angstig piepen van een pup bepaalt voor een belangrijk deel de manier waarop een pup later met stresssituaties omgaat. Het bij z’n moeder weghalen op deze leeftijd is vragen om problemen, gezien de slechte socialisatie.

Het spelenderwijs instellen van een rangorde binnen het nest, door vechtspelletjes, zien we globaal ontstaan tussen de 5e en 7e levensweek. Deze tijd is een kritieke periode. In deze tijd moet de pup als het ware leren om een hond te zijn. Jonge pups die op deze leeftijd gescheiden van hun nestgenoten worden gehouden, hebben later problemen als het gaat om sociale contacten met andere honden. In de praktijk komen wij dit soort gevallen tegen in de vorm van teefjes die door geen enkele reu gedekt willen worden, en reuen die niet weten wat ze met een loopse teef moeten aanvangen.

De periode van de 5e tot de 7e week wordt ook gekenmerkt door een sterk toenemende respons op mensen. Het duidelijk contact zoeken met mensen begint zo rond de 6 weken leeftijd. Rond deze tijd worden de pups meestal gespeend, en worden dus onafhankelijker. Bovendien bereikt het zenuwstelsel van de pups rond deze leeftijd het niveau van een volwassen hond. Met andere woorden: de pup is ‘klaar’ om te leren, en doet dat dan ook graag. Acht weken is een ideale leeftijd om pups in hun nieuwe thuis te plaatsen, zodat verdere socialisatie met mensen, gecombineerd met zindelijkheidstraining en opvoeding kan plaats vinden. Helaas realiseren sommige fokkers en kopers zich het belang van dit tijdstip niet. Pups worden nogal eens te vroeg verkocht. Zulke honden zijn later vaak teveel op mensen georiënteerd. Aan de andere kant vertrekken pups soms veel te laat, vooral uit nestjes die eigenlijk net voor de grote vakantie 8 weken oud zijn. Zulke honden zijn later teveel op honden georiënteerd.

Samenvattend kunnen we de eigenlijke socialisatieperiode dus onderverdelen in 3 tijdvakken:

1.    Socialisatie met de moeder (4e – 5e levensweek)

In deze periode leert de pup het zorgende en verzorgende gedrag van de moeder. Als er in deze periode iets fout gaat, zal het dier later problemen hebben met het verzorgen van z’n eigen jongen, of zich agressief tonen tegenover vreemde pups. Daarnaast bekommeren zulke honden zich later niet om hun menselijke huisgenoten, als het gaat om bescherming.

2.    Socialisatie met de nestgenoten (5e – 7e levensweek)

In deze periode leert de pup om in hondentaal te spreken. Dit betekent dat hij leert begroeten, dat hij lichaamstaal leert, en dat hij leert hoe hij zicht moet gedragen ten opzichte van andere honden. Zonder deze ontwikkeling is een hond later bang en agressief t.o.v. andere honden. We zien dit bijvoorbeeld bij een hond die tegen alle andere honden blaft, en die z’n baas op zoekt als er een ander dier aan komt, in tegenstelling tot het normale gedrag van begroeten en besnuffelen. Honden gebruiken een vrij ingewikkelde serie gedragingen om te zeggen: ‘Ik ben dominant’ of ‘Dit is mijn territorium’ of ‘Ik ben onderdanig’ of ‘Ik ben loops’ of ‘Laten we spelen’ enz. enz. Zonder een normale periode 2 is een hond een analfabeet in de hondentaal.

3.    Socialisatie ten opzichte van mensen (7e – 14e levensweek)

In deze periode leert de pup mensentaal te spreken. Ze leren om niet bang te zijn voor aanraking en optillen, en voor de menselijke stem. Als ze niet met mensen opgevoed worden in deze periode, zullen ze mensen nooit voor 100% vertrouwen. Ze zijn ‘wild’, hond-gericht.

Pubertijd

De tijd vanaf de 12e levensweek tot de leeftijd dat het dier (seksueel) volwassen is noemt men de puberteit. De lengte van deze periode hangt van het ras af. De gedragspatronen en verdere socialisatie hangen sterk van de omgeving af. Een pup die deze periode in een kennel doorbrengt ontwikkelt zich heel anders als een pup die in een huisgezin opgroeit. In beide soorten omgeving is het belangrijkste proces: het bereiken van sociale onafhankelijkheid. De jonge hond moet leren hoe hij zichzelf kan redden. Tijdens deze periode zal de pup proberen om de baas te worden. Hij probeert alle familieleden uit, totdat hij z’n plaats weet. Nieuwe eigenaren, vooral zij die nog nooit een hond hebben gehad, moeten dit weten, want dit is het moment waarop veel gedragsproblemen ontstaan. De ongetrainde pup, die niet weet dat hij het laagst in de rangorde is, kan op deze leeftijd agressief worden, of zaken gaan slopen. In zulke gevallen worden vloerkleden verscheurd, stoelen kapotgebeten, deurposten gesloopt enz. enz.

Dit leidt dan vaak weer tot het terugbrengen naar de fokker of naar een asiel, dan wel tot het aan een boom knopen van de hond. De band tussen mens en dier lijdt zwaar onder onbegrip en verkeerde communicatie in deze periode. Dit is de periode waarin de pup moet leren zich aan z’n meerderen te onderwerpen.

Als u, als nieuwbakken eigenaar, begrijpt dat een pup u steeds opnieuw uitprobeert, kunnen veel van deze gedragsproblemen voorkomen worden. U moet ook begrijpen dat een pup veel tijd steekt in het verkennen en ontdekken van z’n omgeving, en dat dat soms ten koste gaat van wat huisraad. Men moet de pup iets geven waarop gekauwd kan worden, en verder moet de pup leren waar hij wel en waar hij niet mag komen. Verder moet u beseffen dat een pup angstig kan worden als u weg gaat, en dan dingen kan gaan slopen. Het beste kun je een pup opsluiten op een plaats waar hij niets kapot kan maken; de flightkennels, benches, voldoen in zulke gevallen goed. Zij zijn bovendien een belangrijke hulp bij het zindelijk maken. Zo moet een nieuwe eigenaar het zijn pup duidelijk maken dat er regels zijn waaraan hij zich moet houden. Iedere andere manier van opvoeden geeft in de regel later problemen.

Effecten van isolatie op de socialisatie

Nu we gezien hebben hoe een pup zich via normale sociale contacten ontwikkelt, is het ook van belang om stil te staan bij afwijkingen van het normale socialisatieproces, en de gevolgen hiervan op het latere gedrag. De term ‘kritieke periode’ is in dit opzicht zinvol: vooral tussen de 5e en 8e week zijn alle gedragspatronen te beïnvloeden op een manier die de rest van het leven doorwerkt. Pups die tussen de 6 en 8 weken oud goed socialiseren met mensen, gedragen zich als volwassen hond veel prettiger tegenover mensen dan wanneer ze veel eerder of veel later met mensen socialiseren. Pups die in deze kritieke periode niet met mensen in contact komen, zijn stuk voor stuk onopvoedbaar en vaak zelfs niet te benaderen als volwassen hond.

Pups die met de fles zijn groot gebracht, zijn sociaal gezien volkomen geïsoleerd van hun nestgenoten. Deze pups tonen later vaak grote tekortkomingen in het contact met andere honden. Het zijn dikwijls “Einzelgängers”, vaak agressief t.o.v. andere honden, wel aan mensen verknocht, maar meestal toch niet zoals een normaal opgevoede hond.

Vroege socialisatie is uitermate belangrijk voor pups die bedoeld zijn om een speciale opleiding te krijgen. Onderzoekers hebben het effect van vertraagde, uitgestelde, socialisatie bestudeerd bij pups die geleidehond moesten worden. Alle pups kwamen gedurende de eerste twaalf weken van hun leven in contact met mensen; niet te veel, maar wel regelmatig, zoals het bij een normale fokker thuis gaat. Daarna werden de pups op verschillende leeftijden in gezinnen geplaatst. Sommigen meteen op 12 weken leeftijd, en anderen werden resp. 1, 2 en 3 weken later in gezinnen geplaatst. De pups die op 12 weken werden geplaatst, werden voor 90% later afgeleverd als geleidehond. Pups die twee weken langer werden geïsoleerd werden in 57% van de gevallen geleidehond. Bij 3 weken of langer extra isolatie werd slechts 30% uiteindelijk afgeleverd als geleidehond. Hieruit kun je afleiden dat een tekort aan sociaal contact in de kritieke periode leidt tot minder sociale honden. Dit zien we soms in grote fokkennels, waar men honden soms veel te oud laat worden voordat er met training begonnen wordt. Zulke honden worden bv wel goede jachthonden, maar zij jagen meer voor zichzelf dan dat ze naar de geleider luisteren en voor hém werken. Sommige van deze honden ontwikkelen het ‘kennelsyndroom’. Zij zijn erg onderdanig, en lopen weg voor vreemden. Ze vertonen vaak angstreacties als iemand ze wil pakken.
Overigens is de leeftijd van twaalf weken m.i. al rijkelijk laat om een pup te plaatsen. Liefst al met 8 weken!

Er is een kritieke periode van socialisatie van jonge pups. Het onthouden van deze periode aan een pup heeft blijvend effecten, die in ernstige mate het volwassen gedrag kunnen veranderen. De dieren zijn dan niet in staat om een normale band met mensen of andere honden te vormen. Het is te hopen dat fokkers dit (nog) beter in gaan zien, zodat het aantal gedragsgestoorde honden af zal nemen.

Onze aanbevelingen

  1. Pups moeten bij hun nestgenoten blijven totdat ze minimaal 8 weken zijn.
  2. Nestjes moeten regelmatig contact met mensen hebben vanaf dat ze 3 weken oud zijn.
  3. Pups moeten op 8 weken, als ze bij hun nestgenoten weggaan, meteen in een normale huissituatie geplaatst worden, en niet nog een tijd bij de fokker in de kennel blijven.
  4. Pups die met de fles opgevoed worden moeten zo veel mogelijk met andere pups in aanraking komen om ze beter met honden én mensen te laten socialiseren.