brs85T
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Blogs
  • Inloggen

Puppy Jachttraining

KNJVUiteraard moet een puppy getrained worden om ervoor te zorgen dat het een stabiele, redelijk luisterende en tevreden hond wordt. De jachttraining van Pepper maakte mij duidelijk dat die jachttraining appeleerde aan iets dat in de hons zit: zoeken, oppakken en terugbrengen. Het maakte van Pepper een leukere hond en daarom besloten direct een jachttraining te doen met Moos.

Enig Googlen bracht mij bij de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Jachthonden Gewest Utrecht. 28 september was het zo ver: de eerste training in Doorn. Het is de bedoeling dat we iedere week trainen op een andere locatie om te voorkomen dat de pups locatie en handeling gaan associëren.

Op de eerste bijeenkomst werden we hartelijk ontvangen door de drie trainers: Marga Hoonhout, Christiane Timmers en Ronald van der Schagt. Als eerste werden we in groepjes van ongeveer 6 puppies en bazen (=voorjagers) gedeeld. Moos en ik kwamen met een Stabij (),  Stabij-Labrador (Sjoerd),  Pointer () en Spaniel (blacky) in een leuk groepje (onervaren) handen-bezitters. Moos is, zoals uit de foto blijkt, duidelijk de grootste en dus moet ik opletten dat ze de andere pups niet plet.

De eerste regels waren simpel: gewone lijn, niet vrijlaten voor de training, een beetje voeren voor de les, maar niet te veel (dan willen ze minder goed reageren op snoepjes), zoek trainers die jouw pup echt heel lekker vindt en vooral: overtrain de pups niet maar doe het wel iedere dag (en da's best lastig).

jachttraining pups

 

Het mooie van onze training olv Ronald van der Schagt is dat we de dag na iedere training, een samenvatting van de training krijgen en vollop huiswerk voor de rest van de week. (Ik moet dat natuurlijk wel doen!!).

Hieronder de verschillende lessen.

  1. Les 1: PJT_hulp_bij_HW_les_1.pdf
  2. Les 2: PJT_hulp_bij_HW_les_2.pdf
  3. Les 3: PJT_hulp_bij_HW_les_3.pdf

en enkele algemene documenten om je pup/hond beter te begrijpen.

Hoe gaat het met Moos

Moos is nu (3 oktober) drie weken "bij ons". Dwz. we hebben haar 11 september opgehaald en bij Ellen en Berry gebracht alwaar ze de eerste opvoedlessen kreeg, leerde in de bench te slapen en blootgesteld werd aan de geneugten van het Brabantse boerenland.

In de weekends was ze bij ons in Utrecht, en leerde ze met de ongeveer 20 honden in het Wilhelminapark om te gaan, de bus te nemen en zich niets aan te trekken van de herrie van pizza-scooters, luide muzie, schreeuwende kinderen en grote gele bussen. Ook bezocht ze in Utrecht 2x de dierenarts en kreeg ze er haar derde injectie.

Op beide locaties dus erg veel nieuwe impressies die ze dan thuis lag te verwerken. Maar ze deed het super goed. We hadden fokker Stefan nadrukkelijk gevraagd om een robuuste teef en, zoals het er nu uitziet, is dat volledig gelukt.

Op haar Brabantse logeeradres had ze, behalve met Ellen en Berry, ook te maken met Joeri, een vreselijk leuke Drentsche reu. Maar in eerste instantie moest Joeri niets van de kleine drukte maker weten en probeerde hij zo ver mogelijk uit de buurt van Moos te blijven. Maar... eenmaal gewend, bleken die twee het toch uitstekend met elkaar te kunnen vinden, zoals uit het onderstaande filmpje blijkt.

Moos leuk aan het spelen met Joeri tijdens de logeerpartij bij Ellen en Berry Moos gaat de strijd aan met Clara om een super wc-rol die als Midwinterhoorn gebruikt wordt

 

Hieronder no een paar foto's.

 

Eetschema Moos

schemaMoosHier het "eetschema" voor Moos, gebaseerd op dat van Eukanuba.

  Maanden
KG 1-3 3-5 5-8 8-12 12-14
2 145        
3 190        
4 235 205      
5 270 238      
6 305 270      
7 340 300      
8 375 330 220    
9 405 355 238    
10 435 380 255    
11 462 404 271    
12 489 428 287    
13 516 452 303    
14 543 476 319    
15 570 500 335 265  
16 594 522 349 277  
17 618 544 363 289  
18 642 566 377 301  
19 666 588 391 313  
20 690 610 405 325 295
21   629 418 335 304
22   647 430 345 313
23   666 443 355 322
24   684 455 365 331
25   703 468 375 340
26   721 480 385 349
27   740 493 395 358
28   758 505 405 367
29   777 518 415 376
30   795 530 425 385
           
  Gedeeld door 3   
      Gedeeld door 2 
per keer 135        
           
Leeftijd 4 tot 16 weken: vier maaltijden per dag.  
Leeftijd vier tot zes maanden: drie maaltijden per dag.  

Socialisatie van pups

mooskekEen belangrijk facet van de gedragsontwikkeling is het socialisatieproces van puppies. Hierondr een goed en helder artikel van Dierenkliniek "Den Heuvel". De dierenarts aldaar is ook de dierenarts van de Mooske en haar nestgenoten.

Het stuk behandelt de volgende onderdelen:

Gedragsontwikkeling

Een belangrijk facet van de gedragsontwikkeling is het socialisatieproces. Kennis van dit proces is belangrijk om verschillende redenen. Socialisatie van jonge dieren heeft een opmerkelijke invloed op latere gedragspatronen bij het volwassen dier. Daarnaast geeft een goed begrip van de socialisatie ons een beter inzicht in de normale volwassen gedragspatronen die we verderop zullen bespreken. Kennis van het socialisatieproces geeft een beter inzicht in het ontstaan van afwijkend gedrag. En tenslotte geeft kennis van de socialisatie een aantal handvatten om pups op een gezonde manier op te voeden, en zo later gedragsproblemen te voorkomen.

Socialisatie is het proces waarbij de pup z’n eerste sociale contacten legt met andere individuen, waaronder mensen. Deze sociale contacten veranderen telkens naarmate de pup ouder wordt, en houden verband met vier duidelijk te onderscheiden periodes van ontwikkeling: de neonatale periode, de overgangsperiode, de eigenlijke socialisatieperiode en de puberteit. Ieder van deze periodes is nauw verbonden met anatomische en functionele veranderingen die in de hersenen en het zenuwstelsel ontstaan terwijl de pup opgroeit.

De neonatale periode

Bij de meeste hondenrassen beslaat deze periode de eerste twee weken van het puppyleven. Tijdens deze weken heeft de pup contact met z’n nestgenoten. Het moeder-pupcontact bestaat vooral uit het voeden en zorgen voor warmte (letterlijk); de pup is compleet afhankelijk van de teef, omdat een pup nog geen enkele motorische en zintuiglijke vaardigheid bezit om zichzelf te kunnen redden. Een pasgeboren pup is volslagen doof en blind, maar kan wel goed ruiken. Zintuiglijk is alleen het gevoel voor aanraking en voor warmte goed aanwezig, naast de reuk. Motorisch kan het diertje alleen maar kruipen, zuigen en piepen (bij ontevredenheid). Eetgedrag is beperkt tot zuigen. Plassen en poepen gebeurt alleen maar na stimulatie door de teef (likken aan buik en anogenitaalstreek). Bij een pup in de neonatale periode zien we een eerste ‘onderzoeks’- of ‘exploratie’gedrag in de vorm van langzame kruipbewegingen en het heen en weer bewegen van de kop. Dit gedrag zie je vooral als de pup op zoek is naar de tepel. Alle andere sociale contacten van de pup worden bereikt door zorgzoekend gedrag. Als een pup hongerig is, pijn heeft of het koud heeft, geeft hij snelle piepgeluiden totdat hij door de moeder of een menselijke verzorger gerustgesteld wordt.

De overgangsperiode

Tussen de 15e en de 21e dag van z’n leven verandert er veel in het gedrag van de pup; opvallend hierbij is dat de eerste zintuiglijke, motorische en fysiologische vaardigheden van volwassen dieren nu voor het eerst bij de pup zichtbaar worden. De pup gaat a.h.w. over van een complete afhankelijkheid van de teef naar veel meer onafhankelijkheid. In deze periode beginnen ogen en oren te werken, waardoor hij in staat is te reageren op visuele prikkels en geluiden, terwijl z’n motorische ontwikkeling hem nu in staat stelt om te staan, te lopen en te kauwen. Verder verandert het leervermogen. Aan het einde van de overgangsperiode zien we de eerste volwassen sociale gedragspatronen ontstaan: de pup kwispelt als hij mensen ziet en begint actief te spelen met de andere pups. Verder ontwikkelt de pup een controle over plassen en poepen, en begint dit buiten het nest te doen. Samenvattend: in deze periode gaat de pup vrij snel over van totale afhankelijkheid naar herkenbare volwassen gedragingen.

De socialisatieperiode

Alhoewel sommige sociale verbanden al in de eerste 3 weken van het puppyleven worden gelegd, ontwikkelen de meeste en belangrijkste sociale contacten en hechtprocessen zich later. De echte socialisatieperiode begint in de 4e levensweek, dus vanaf 3 weken, en duurt ongeveer tot de 12e -14e week. In deze periode krijgt de pup bijna al z’n volwassen capaciteiten op gebied van zintuigen, motoriek en leervermogen.

De ervaringen van de jonge pup tijdens de socialisatieperiode hebben een zéér ver gaande invloed op het latere gedrag. Vroeg in de socialisatieperiode bestaat de activiteit van de pup vooral nog uit ‘zorgzoekend’ gedrag, dus uit het zoeken naar warmte, voedsel en troost. De pup hecht zich sterk aan de teef en volgt haar overal in de ren, voor zover mogelijk. Heftig gepiep/gejank zien we als de pup eventjes opgesloten wordt op een vreemde plaats. Daarnaast zien we vaak angstreacties op vreemde voorwerpen of vreemde mensen, waarbij ze dan kunnen janken, grommen of weglopen.

In de vroege socialisatieperiode beginnen de pups te likken en water te drinken, en ook op vast voedsel te kauwen. Het doorbreken van de tanden stimuleert de kauwactiviteiten, en heeft ook invloed op het gedrag tegenover andere individuen. Pups bijten tijdens hun spel op elkaar, waarbij ze vaak ook grommen. Verder vechten ze om het voedsel en om speeltjes, maar nu nog op een speelse manier. Deze manier van spelen speelt wel een belangrijke rol bij het vestigen van een sociale rangorde. De fokker kan nu vaak al zien welke pups later dominant en/of agressief worden, en welke timide en onderdanig.

Andere sociale activiteiten zien we in de vorm van een beginnend roedelgedrag. Als één pup het nest verlaat, gaan de anderen er in de regel achteraan. De pups beginnen hun omgeving te onderzoeken. Eerst benaderen ze vreemde voorwerpen nog voorzichtig en vaak ‘verbaasd’. Zachtjes aan wennen ze aan de nieuwe omgeving, waarna ze weer verder op onderzoek uit gaan. Dit proces zien we ook bij het plas- en poepgedrag. In het begin van de socialisatie-periode gebeurt het plassen en poepen vlak bij het nest (de werpkist). Naarmate de pup verder komt in z’n socialisatie, gebeurt dit verder weg, en op bepaalde plaatsen. In de 4e levensweek heeft de pup dus vooral met z’n moeder contact, en verder met de nestgenoten. De jonge pup leert nu van de moeder bepaalde zaken over verzorgend gedrag, ook al duurt het nog maanden voordat ze dit aangeleerde gedrag zelf gaan vertonen. Het is bv van belang voor de teefjes onder de pups, omdat ze nu een aantal gedragspatronen leren die van belang zijn voor een goed, normaal moedergedrag. Deze periode is in zoverre belangrijk dat zware emotionele en sociale stress op deze leeftijd een levenslang effect op de pup hebben. De manier waarop de moeder of verzorger reageert op angstig piepen van een pup bepaalt voor een belangrijk deel de manier waarop een pup later met stresssituaties omgaat. Het bij z’n moeder weghalen op deze leeftijd is vragen om problemen, gezien de slechte socialisatie.

Het spelenderwijs instellen van een rangorde binnen het nest, door vechtspelletjes, zien we globaal ontstaan tussen de 5e en 7e levensweek. Deze tijd is een kritieke periode. In deze tijd moet de pup als het ware leren om een hond te zijn. Jonge pups die op deze leeftijd gescheiden van hun nestgenoten worden gehouden, hebben later problemen als het gaat om sociale contacten met andere honden. In de praktijk komen wij dit soort gevallen tegen in de vorm van teefjes die door geen enkele reu gedekt willen worden, en reuen die niet weten wat ze met een loopse teef moeten aanvangen.

De periode van de 5e tot de 7e week wordt ook gekenmerkt door een sterk toenemende respons op mensen. Het duidelijk contact zoeken met mensen begint zo rond de 6 weken leeftijd. Rond deze tijd worden de pups meestal gespeend, en worden dus onafhankelijker. Bovendien bereikt het zenuwstelsel van de pups rond deze leeftijd het niveau van een volwassen hond. Met andere woorden: de pup is ‘klaar’ om te leren, en doet dat dan ook graag. Acht weken is een ideale leeftijd om pups in hun nieuwe thuis te plaatsen, zodat verdere socialisatie met mensen, gecombineerd met zindelijkheidstraining en opvoeding kan plaats vinden. Helaas realiseren sommige fokkers en kopers zich het belang van dit tijdstip niet. Pups worden nogal eens te vroeg verkocht. Zulke honden zijn later vaak teveel op mensen georiënteerd. Aan de andere kant vertrekken pups soms veel te laat, vooral uit nestjes die eigenlijk net voor de grote vakantie 8 weken oud zijn. Zulke honden zijn later teveel op honden georiënteerd.

Samenvattend kunnen we de eigenlijke socialisatieperiode dus onderverdelen in 3 tijdvakken:

1.    Socialisatie met de moeder (4e – 5e levensweek)

In deze periode leert de pup het zorgende en verzorgende gedrag van de moeder. Als er in deze periode iets fout gaat, zal het dier later problemen hebben met het verzorgen van z’n eigen jongen, of zich agressief tonen tegenover vreemde pups. Daarnaast bekommeren zulke honden zich later niet om hun menselijke huisgenoten, als het gaat om bescherming.

2.    Socialisatie met de nestgenoten (5e – 7e levensweek)

In deze periode leert de pup om in hondentaal te spreken. Dit betekent dat hij leert begroeten, dat hij lichaamstaal leert, en dat hij leert hoe hij zicht moet gedragen ten opzichte van andere honden. Zonder deze ontwikkeling is een hond later bang en agressief t.o.v. andere honden. We zien dit bijvoorbeeld bij een hond die tegen alle andere honden blaft, en die z’n baas op zoekt als er een ander dier aan komt, in tegenstelling tot het normale gedrag van begroeten en besnuffelen. Honden gebruiken een vrij ingewikkelde serie gedragingen om te zeggen: ‘Ik ben dominant’ of ‘Dit is mijn territorium’ of ‘Ik ben onderdanig’ of ‘Ik ben loops’ of ‘Laten we spelen’ enz. enz. Zonder een normale periode 2 is een hond een analfabeet in de hondentaal.

3.    Socialisatie ten opzichte van mensen (7e – 14e levensweek)

In deze periode leert de pup mensentaal te spreken. Ze leren om niet bang te zijn voor aanraking en optillen, en voor de menselijke stem. Als ze niet met mensen opgevoed worden in deze periode, zullen ze mensen nooit voor 100% vertrouwen. Ze zijn ‘wild’, hond-gericht.

Pubertijd

De tijd vanaf de 12e levensweek tot de leeftijd dat het dier (seksueel) volwassen is noemt men de puberteit. De lengte van deze periode hangt van het ras af. De gedragspatronen en verdere socialisatie hangen sterk van de omgeving af. Een pup die deze periode in een kennel doorbrengt ontwikkelt zich heel anders als een pup die in een huisgezin opgroeit. In beide soorten omgeving is het belangrijkste proces: het bereiken van sociale onafhankelijkheid. De jonge hond moet leren hoe hij zichzelf kan redden. Tijdens deze periode zal de pup proberen om de baas te worden. Hij probeert alle familieleden uit, totdat hij z’n plaats weet. Nieuwe eigenaren, vooral zij die nog nooit een hond hebben gehad, moeten dit weten, want dit is het moment waarop veel gedragsproblemen ontstaan. De ongetrainde pup, die niet weet dat hij het laagst in de rangorde is, kan op deze leeftijd agressief worden, of zaken gaan slopen. In zulke gevallen worden vloerkleden verscheurd, stoelen kapotgebeten, deurposten gesloopt enz. enz.

Dit leidt dan vaak weer tot het terugbrengen naar de fokker of naar een asiel, dan wel tot het aan een boom knopen van de hond. De band tussen mens en dier lijdt zwaar onder onbegrip en verkeerde communicatie in deze periode. Dit is de periode waarin de pup moet leren zich aan z’n meerderen te onderwerpen.

Als u, als nieuwbakken eigenaar, begrijpt dat een pup u steeds opnieuw uitprobeert, kunnen veel van deze gedragsproblemen voorkomen worden. U moet ook begrijpen dat een pup veel tijd steekt in het verkennen en ontdekken van z’n omgeving, en dat dat soms ten koste gaat van wat huisraad. Men moet de pup iets geven waarop gekauwd kan worden, en verder moet de pup leren waar hij wel en waar hij niet mag komen. Verder moet u beseffen dat een pup angstig kan worden als u weg gaat, en dan dingen kan gaan slopen. Het beste kun je een pup opsluiten op een plaats waar hij niets kapot kan maken; de flightkennels, benches, voldoen in zulke gevallen goed. Zij zijn bovendien een belangrijke hulp bij het zindelijk maken. Zo moet een nieuwe eigenaar het zijn pup duidelijk maken dat er regels zijn waaraan hij zich moet houden. Iedere andere manier van opvoeden geeft in de regel later problemen.

Effecten van isolatie op de socialisatie

Nu we gezien hebben hoe een pup zich via normale sociale contacten ontwikkelt, is het ook van belang om stil te staan bij afwijkingen van het normale socialisatieproces, en de gevolgen hiervan op het latere gedrag. De term ‘kritieke periode’ is in dit opzicht zinvol: vooral tussen de 5e en 8e week zijn alle gedragspatronen te beïnvloeden op een manier die de rest van het leven doorwerkt. Pups die tussen de 6 en 8 weken oud goed socialiseren met mensen, gedragen zich als volwassen hond veel prettiger tegenover mensen dan wanneer ze veel eerder of veel later met mensen socialiseren. Pups die in deze kritieke periode niet met mensen in contact komen, zijn stuk voor stuk onopvoedbaar en vaak zelfs niet te benaderen als volwassen hond.

Pups die met de fles zijn groot gebracht, zijn sociaal gezien volkomen geïsoleerd van hun nestgenoten. Deze pups tonen later vaak grote tekortkomingen in het contact met andere honden. Het zijn dikwijls “Einzelgängers”, vaak agressief t.o.v. andere honden, wel aan mensen verknocht, maar meestal toch niet zoals een normaal opgevoede hond.

Vroege socialisatie is uitermate belangrijk voor pups die bedoeld zijn om een speciale opleiding te krijgen. Onderzoekers hebben het effect van vertraagde, uitgestelde, socialisatie bestudeerd bij pups die geleidehond moesten worden. Alle pups kwamen gedurende de eerste twaalf weken van hun leven in contact met mensen; niet te veel, maar wel regelmatig, zoals het bij een normale fokker thuis gaat. Daarna werden de pups op verschillende leeftijden in gezinnen geplaatst. Sommigen meteen op 12 weken leeftijd, en anderen werden resp. 1, 2 en 3 weken later in gezinnen geplaatst. De pups die op 12 weken werden geplaatst, werden voor 90% later afgeleverd als geleidehond. Pups die twee weken langer werden geïsoleerd werden in 57% van de gevallen geleidehond. Bij 3 weken of langer extra isolatie werd slechts 30% uiteindelijk afgeleverd als geleidehond. Hieruit kun je afleiden dat een tekort aan sociaal contact in de kritieke periode leidt tot minder sociale honden. Dit zien we soms in grote fokkennels, waar men honden soms veel te oud laat worden voordat er met training begonnen wordt. Zulke honden worden bv wel goede jachthonden, maar zij jagen meer voor zichzelf dan dat ze naar de geleider luisteren en voor hém werken. Sommige van deze honden ontwikkelen het ‘kennelsyndroom’. Zij zijn erg onderdanig, en lopen weg voor vreemden. Ze vertonen vaak angstreacties als iemand ze wil pakken.
Overigens is de leeftijd van twaalf weken m.i. al rijkelijk laat om een pup te plaatsen. Liefst al met 8 weken!

Er is een kritieke periode van socialisatie van jonge pups. Het onthouden van deze periode aan een pup heeft blijvend effecten, die in ernstige mate het volwassen gedrag kunnen veranderen. De dieren zijn dan niet in staat om een normale band met mensen of andere honden te vormen. Het is te hopen dat fokkers dit (nog) beter in gaan zien, zodat het aantal gedragsgestoorde honden af zal nemen.

Onze aanbevelingen

  1. Pups moeten bij hun nestgenoten blijven totdat ze minimaal 8 weken zijn.
  2. Nestjes moeten regelmatig contact met mensen hebben vanaf dat ze 3 weken oud zijn.
  3. Pups moeten op 8 weken, als ze bij hun nestgenoten weggaan, meteen in een normale huissituatie geplaatst worden, en niet nog een tijd bij de fokker in de kennel blijven.
  4. Pups die met de fles opgevoed worden moeten zo veel mogelijk met andere pups in aanraking komen om ze beter met honden én mensen te laten socialiseren.

Mooske (Amalia) van de Bolsehoeve

Roepnaam: Moos(ke) Moos
Officiële naam: Amalia v.d. Bolse Hoeve
NHSB: 3126857

In 2018 was het dan zover: wij waren weer toe aan een Drentsche Patrijshond. Ergens in het voorjaar van 2018 hebben we ons ingeschreven voor een herplaatser, maar dat wilde niet echt vlotten. Er worden sowieso weinig Drentsche Patrijshonden voor herplaatsing aangeboden. En de Drenten die zich aandienden waren allemaal reuen terwijl wij graag een teef willen.

Ellen Bouwen, een medelid van de redactie van "Onze Drent" begreep onze aarzeling om een puppie te nemen. Wij werken immers allebei en een pup in den beginne een hele of zelfs maar halve dag thuis laten is een vorm van serieuze dierenmishandeling. Ellen stelde voor om de eerste maanden de pup gezamenlijk op te voeden. D.w.z. dat zij de eerste weken zal doen en wij steeds meer zullen "participeren". Hoe, dat zal de tijd leren.

Een geweldig aanbod dat wij na lang aarzelen en na uitvoerige gesprekken met andere fokkers besloten aan te nemen.

Keuze van het nest

Dan is er natuurlijk de keuze van het nest. Maar of de duvel er mee speelde; ongeveer net nadat we besloten hadden dit traject te gaan verkennen, vertelde Ellen dat Joeri, haar Drent die wel eens bij ons logeert, gevraagd was als dekreu voor Silke, maar dat zij er vanaf gezien had omdat Joeri eerst nog een aantal jachtdiploma's moest halen (en als mannen eenmaal aan de vrouwen hebben gezeten, dan.....). Maar vertelde ze, er was wel een andere, zeer geschikte reu gevonden: Roef.

Ergens eind april 2018 vonden die twee elkaar: Silke (Pepsi Puck v. ‘t Roetslat) en Roef (Roef Bo v.d. Ruyghewaert) van kennel Aarlehof. Het bleek Roef de reu is van Mirjam, die de herplaatsers doet voor de Vereniging en dat Roef op zijn beurt afkomstig was van de kennel v.d. Ruyghewaert van Tineke; mederedacteur van "Onze Drent" en waar ik in die hoedanigheid ongeveer iedere twee weken mee skype.

Kortom: een gezellig "gebeuren". Maar wat veel relevanter is: de combinatie scoort erg goed op voorkomen van inteelt (dwz een erg lage) en beide ouder dieren zijn gezond, sociaal en echte Drenten. De toekomst voorspellen blijft lastig, maar de basisparameters staan goed!

echoMoos in pre-natale fase Een paar weken na de dekking op 28 april, bleken er tenminste 8 pups te zijn (volgens de echo). Meestal is dat een aanwijzing dat het er meer zijn (ze "verschuilen" zich op zo'n echo achter elkaar), maar ja.... wij gingen voor een teefje en waren niet de eerste op de wachtrij. Duimen dus maar.

Is er een teefje?

Een aantal weken later kwam het verlossende woord: er waren op 26 juni 5 reutjes en 5 teefjes geboren en wij kwamen in aanmerking voor een Drente-dame. Oeps.... nu werd het spannend! Maar we besloten door te zetten en er voor te gaan.

In de weken erna mochten we drie keer "op bezoek" (puppies kijken). De eerste keer is het allemaal heel schattig maar de pups konden nog maar net kijken, mochten nog niet worden aangeraakt (i.v.m. ziektes e.d.) en konden slecht kruipend lopen. 2 weken later waren het al meer kleine Drentjes.: lopen ging beter en ik mocht tussen de teefjes gaan zitten (we werden per sexe ontvangen: eerst de geinteresseerden voor de teefjes later die voor de reutjes).

Om ons te helpen bij het maken van een keuze hadden de "dames" die dag elk een gekleurd bandje om, zodat wij konden aangeven welke kleur (= welke teef) onze voorkeur had. Met 4 gegadigden (fokker Stefan wilde een teefje zelf houden) bestaat er natuurlijk altijd het gevaar dat we allemaal die ene willen, maar dat bleek mee te vallen. Ik (Brigitte kon die dag niet mee) had een voorkeur voor de meer eigenwijze, verkennende Drentjes omdat dat ons een goed idee leek in een drukke stad als Utrecht: veel gedoe, lawaai, drukte op straat, honden en mensen. Ook Mirjam, honde therapeute en eigenaresse van vaderhond Roef, had aangegeven dat een wat doortastende, eigenwijze Drent voor ons waarschijnlijk een goede keuze zou zijn.

moos liggendMoos op haar rug liggend na ons laatste bezoek. Boven haar onze andere favoriet: het groene bandje, die het niet geworden is. Zij gaat jachthond worden in Vlaanderen.

Groen of Geel

Er waren er twee die direct op mij afkwamen: het groene bandje en het gele bandje.  Zaterdag 11 augustus zou de laatste kijkdag zijn en zouden de keuzes gemaakt worden. Aangezien wij dan op vakantie zijn, mochten op maandagavond 6 augustus langskomen. Op een snoeihete augustusavond naar Oirschot gereden waar we bij Stefan als eerste een roedel van 10 pups op het terras zagen zitten. Direct geinteresseerd door het bezoek zagen we 10 bruin-witte koppies omhoogkomen om ons met grote en nieuwsgierige ogen aan te kijken. 

Samen met Stefan namen we de 5 dames mee naar het grasveld om onze finale keuze te kunnen maken. Het bleek "het gele bandje" te zijn geworden. Wij blij en hopelijk de pup (straks) ook.

Omdat we nu voor 4 weken in "ons huisje" in Italië zitten, kunnen we Moos pas" 11 september ophalen. Dan is ze "al" 11 weken en is ze 3 weken langer bij haar moeder (en zusje) gebleven dan de "gebruikelijke" 8 weken. Maar volgens de nieuwste inzichten (o.a. van "onze" dierenarts Vivian) is dat juist heel goed en krijg je er juist "robuuste" honden van: we zullen zien.

Voorlopig is het afwachten en (na)genieten van de foto's van Moos.

 

 

Moos op het gras
Moos op het gras
Moos op het gras
Moos met een kluif
Moos op het gras