brs85T

Hieronder een overzicht van de dingen die ik zoal gedaan heb. Een meer officieel CV (NL en EN) kan als PDF-bestand worden gedownload.
icoonpdf (NL)
en icoonpdf (EN)

Voorgelezen en herkend CV-tje

Opleiding

Lagere school
WerkplaatsMijn kleuterschool en de eerste vier jaren van de lagereschool bracht ik door op de Werkplaats Kindergemeenschap te Bilthoven. De school was behoorlijk modern (zo werden leraren toen al met hun voornaam aangesproken, kregen de meisjes timmeren en de jongens kookles) en Nationale Geschiedenis was vervangen door Algemene Ontwikkeling. Ik heb daar enorm veel profijt van gehad en heb er een geweldige tijd gehad. Minder was de toen heersende opvatting van de leraren dat grammatica aangeboren is en dus niet onderwezen hoeft te worden (Chomsky?): probeer maar eens Latijn te leren zonder enig benul van onderwerp, lijdend- of meewerkendvoorwerp. Ook hier heb ik nog jarenlang "profijt" van gehad en omdat ik op mijn tiende nog ongeveer fonetisch schreef, besloten mijn ouders mij de laatste twee jaren op de plaatselijke St. Theresiaschool te plaatsen. Gewoon degelijk onderwijs, af en toe vrij als je als misdienaar mocht optreden in de ernaast gelegen RK-kerk en kinderen uit een toch wel ander milieu. De lagere school werd afgesloten met het advies MAVO, mag HAVO proberen (terwijl ik mijn zinnen op tenminste Gymnasium gezet had :-)).

De meeste van mijn klasgenootjes vertrokken na de zomer naar De Breule in Zeist (9 km), het Bonifatius in Utrecht (10 km) of het Eemlandcollege in Amersfoort (12 km) maar ik ging, samen met een andere jongen, naar het plaatselijk Het Nieuwe Lyceum (< 2 km).

Middelbare school
De zes jaren van de middelbare school (1970-1976) heb ik op het klassieke Nieuwe Lyceum doorgebracht. Bij aankomst was het nog een echt Lyceum met een echte Rector (dr. Heybroek) die werkelijk iedere leerling op school kende maar op het einde van de tweede werd het VWO samengevoegd met de plaatselijke MAVO en werd er een HAVO gecreëerd. Vanaf de derde was de school meer dan 2x zo groot en was de meer intieme sfeer van de eerste twee jaren voorbij.  in de derde klas kregen we een student geologie (Bouwman) als leraar aardrijkskunde. Waarschijnlijk wist hij niet wat hij precies moest doen, dus vertelde hij maar wat over het Ontstaan der Continenten, Geologie, Vulkanen en andere meer geologische onderwerpen. Ik was er volledig door gegrepen en het zou mijn leven een paar jaar later definitief een bepaalde kant op sturen.

Op het einde van de vierde klas kon ik door naar het atheneum af te dalen, net voorkomen dat ik zou blijven zitten. Ontheven van de uren Latijn, werd o.a. mijn wiskunde steeds beter hetgeen resulteerde in het geven van bijles aan twee populaire meisjes: goed voor mijn zelfvertrouwen en nog beter voor mijn wiskunde.
Ik wist op mijn 16de nog niet wat ik wilde worden. Enerzijds was ik door het lezen van boeken als "Engelandvaarders Vogelvrij" (K. Norel) gegrepen door de (valse) romantiek van de oorlog en wilde ik bij de Marine, anderzijds was er nog steeds de fascinatie van wat later Geofysica bleek te zijn. Om uit te sluiten dat ik bv zou worden afgekeurd, werd ik al op mijn 16de gekeurd voor dienst. Niets aan de hand maar een beetje kleurenblind dus geen piloot en toen al te lang dus geen onderzeeboot. In 1976 haalde ik mijn examen met Nederlands, Engels, Wis-, Schei- en Natuurkunde en Aardrijkskunde en Geschiedenis. Op scheikunde na heb ik aan alle vakken veel gehad in mijn latere professies J.
De marine sprak me uiteindelijk toch minder aan en na mijn eindexamen schreef ik me in voor Geofysica in Utrecht.

Universiteit
uu logoIn 1976 begon ik in Utrecht met de studie Geofysica. De eerste twee jaren waren vooral "wiskundig" met slechts een middag in de week geologie. Om toch geologische ervaring op te doen, waren er op het einde van het eerste en tweede jaar geologische  verldwerken in Italie. Het eerste veldwerk was iets te zuiden van Cagli in een gehucht Serra Sant'Abbondio: we hadden er een wereldtijd! Het was zo leuk dat we zelfs ons eerste jaar niet haalde (dus 3x veldwerk). Het jaar erna zaten we in een nog kleiner en saaier gehucht (Secchiano) en dit keer haalden we het wel. Het kandidaats werd uiteindelijk afgesloten met een derde veldwerk: nu in een zeer oud (Romeins) stadje in Romanga: Pennabilli. Door de drie opeenvolgende veldwerken in de Marche en Romagna (Italie) werd mijn interesse voor Italie en alles wat daar bij hoort gewekt. Vaak in een land verkeren zonder er de taal van te spreken is lastig en dus begon ik in mijn derde jaar aan de studie Italiaanse Taal en Cultuur.

Voor mijn doctoraal koos ik seismiek als hoofdrichting met sedimentologie en hydrogeologie (VU) als bijvakken. De keuze van hydrogeologie werd mede bepaald doordat er weer een veldwerk aan vast zat: ditmaal in Portugal (de Algarve).  In het voorjaar van 1981 hadden we er een 6 weken durend velwerk: zoeken naar de ondergrondse waterstromen. Voor ons afstuderen besloten we de verschillende studierichtingen te combineren en organiseerden we zelf een afstuderen met veldwerk van 3 maanden in alweer de Algarve. We kochten een oude VW-bus, leerden om te gaan met de mobiele seismische apparatuur en vertrokken najaar 1983 richting de Algarve. Met Kerstmis waren we klaar met de metingen, het voorjaar werd besteed aan het uitwerken en in het najaar 1984 studeerde ik af.

Militairedienst
Ik had een beurs voor 3 maanden gekregen voor het Istituto Geofisica Sperimentale aan de Universiteit van Trieste. Helaas was er niets geregeld en bleek niemand van mijn komst op de hoogte gesteld te zijn. Ik heb er 1 maand gezeten en ben toen maar weer teruggegaan. Eenmaal thuis lag er een briefje met de mededeling dat ik per 1-1-1985 moest opkomen voor mijn dienstplicht bij de Luchtmacht. Na 6 weken uniform, werd ik als ROAG (reserve officier academisch gevormd) geplaatst bij TNO (eerst in Oegstgeest, daarna op de Waalsdorpervlakte). Nadeel was dat het veel langer duurde (18 maanden), voordeel was dat je a) iets leerde (in mijn geval radaronderzoek)  en b) veel beter betaald werd. Voorjaar 1986 werd ik gevraagd om te komen promoveren bij het Fonetisch Instituut in Utrecht. Mijn beoogde promotor Prof. dr. Cohen deed een poging mij iets eerder uit dienst te krijgen maar dat mocht niet baten. Pas in juni 1986 kwam ik vrij.

Promotie
Mijn dienstplicht begon in januari 1985 als ROAG bij de luchtmacht (6 weken) en daarna TNO (14 maanden). De combinatie van mijn twee studies leidde ertoe dat ik in 1985 gevraagd werd te solliciteren naar een promotieplek bij het Fonetisch Instituut aan de UU. In juli 1986 startte ik als OiO bij Dr. Bert Schouten en Prof. Dr. A. Cohen. Na afloop van mijn beurs (drie jaar) was het proefschrift nog niet helemaal klaar. Gelukkig kon ik een jaar als wetenschappelijk programmeur aan de slag met als opdracht het afmaken en gebruiksvriendelijk maken van de software die ik voor mijn experimenten geschreven had (USSP).
Najaar 1991, toen ik al 3 maanden als Post-Doc in Düsseldorf werkte, gaf de leescommissie groen licht en begin januari 1992 mocht ik mijn proefschrift: "Discrimination of familiar and unfamiliar speech sounds" in de Senaatszaal met succes verdedigen.