Line

Waarom is het raar om met een Goyse R te praten? Dit is de Universiteit van Nederland. Ja, met een Goyse R praten is raar. Is raar. Het is raar. Waarom is het raar? Er zijn heel veel verschillende manieren om deze specifieke klank te maken, de R. En de R is daarvan niet de meest logische. Dat vereist eigenlijk een hele rare beweging met de ton. En toch doen we dat. En eigenlijk doen we in een heel groot deel en een steeds groter deel van Europa zoiets. ooit moeten we allemaal een tonpunt R hebben gehad. Het gekke is, dat is de makkelijkste R, maar ik kan hem niet maken. Maar we gaan hem nog wel horen. Dat is de makkelijkste maken R. Maar dat doen we niet meer. Waarom doen we dat niet meer? Er is een mooi verhaal, helaas waarschijnlijk niet waar, maar een mooi verhaal die zegt dat het komt door deze manier, of misschien een andere koninklijke meneer, dit is Lodewijk de veertiende, of een andere koning, die een Franse koning die een spraakgebrek zou hebben gehad en die die tongpunt R niet kon maken. Wat gebeurde er? Hij kon die tongpunt R niet maken. Zijn hovelingen wilden hem niet in verlegenheid brengen en die deden daarom net alsof zij ook die tongpunt R niet konden maken en maakten ook een rare brouwende R. En daarmee werd het de mode in Parijs en daarmee werd het de mode in Frankrijk. En aangezien wij Franse gouvernantes hadden in de steden, begonnen wij ook gaandeweg allemaal die mooie, logische, eenvoudige tonpunt R te verliezen. Zodat het dus nu al zo erg is dat er professoren zijn die in het openbaar durven toe te geven dat ze die tonpunt R niet kunnen maken. Die Goyse R is er een voorbeeld van. Die Goyse R raakt gaandeweg steeds meer verbreid in Nederland. Dit kaartje is eigenlijk zelfs nog betrekkelijk oud, maar we hebben geen recentere gegevens. Dit is de situatie van zo'n tien jaar geleden. En je kunt zien dat hij zich langzamerhand verspreidt, verbreidt vanuit de Randstad. Als het op dit kaartje staat is het nu waarschijnlijk niet meer. Het is overal nog iets verder doorgedrongen. Brabent en Limburg zijn nu waarschijnlijk ook geel. En het witte gebied is nu nog misschien te vinden in Vlaanderen, maar zelfs daar gaan ze de langzame hand aan. Die R is een ontzettend interessante klank. Aan die verandering van die R kun je ontzettend veel dingen zien over hoe taal werkt. Het is een van de dingen waar we nu onderzoek naar doen. Waar we onderzoek naar doen, onder andere met gebruikmaak van apparaten zoals dit. Wat is dit? U kent het zo. Nou ja, niet bij mannen, maar bij vrouwen. Het is een ultrasound-apparaat, een echo-apparaat. Je kunt het dus hier zetten. Dan zie je wat er gebeurt met een zuigeling. Maar je kunt het ook hier plaatsen. En dan kun je bij iemand in de mond kijken. Dan kun je zien hoe iemand met zijn tong beweegt. Dat zijn we de afgelopen jaren gaan doen, bijvoorbeeld omdat we helemaal niet zeker wisten hoe zo'n R, zo'n Gooisse R, nou precies gemaakt wordt. En het blijkt ook dat er twee manieren zijn om die R te maken. Ik wil jullie eerst laten zien wat voor soort beelden je eigenlijk krijgt. Ja, eerst dit. Ik heb alleen maar dit apparaat meegenomen omdat ik mezelf niet in zo'n harnas wilde snoeren. Meestal gebeurt het wel in zo'n harnas. Wordt dit apparaat vastgezet. Waarom? Omdat je dan een duidelijker en preciezer en stabieler beeld krijgt. Maar het kan ook zo. Dat is makkelijker. Voor dialectonderzoeken is het onder andere makkelijker omdat je mensen dan niet hoeft te vragen om in zo'n apparaat te gaan zitten. Maar ik wil jullie nu wat ...van die beelden laten zien van binnen in de mond. Je ziet hier dus een doorsnede van de mond. Dus zo. Neus. En hij gaat nu iets zeggen. Hier heb je dus een tong.r. Dit is een tong.r. Je ziet ook dat die gemaakt was met het puntje van de tong. Dit apparaat is niet gemaakt met ultrasound. Ultrasound kan niet zo heel goed het hele hoofd doorkijken. Het volgende plaatje wel is daardoor iets moeilijker te begrijpen. Wat je ziet, je ziet een groen lijntje. Dat groene lijntje is het verhemelte. Het harde verhemelte. Achterin je mond zit het zachte verhemelte en voor je mond zit het harde verhemelte. Eigenlijk is het het hele verhemelte. Die witte lijn, die grote witte lijn bovenop, dat is de bovenkant van de tong van degene die hier aan het praten is. Mooi, hè? Dus wat deze mevrouw doet, is als ze rrr zegt, is ze maakt achterin haar mond haar tong tot een propje. Ja, ik zie dat jullie het ook nu aan het proberen zijn. Je durft het niet toe te geven. Doe het gewoon. Je geneer je nergens voor. Niemand merkt het. Dat is een manier om de rrr te maken. Er is ook nog een andere manier om de rrr te maken. Dat kun je ook proberen. Dit is nu mijn tong. De voorkant van mijn tong is dubbelklappen. Je hoort het verschil niet. Dat verschil hoor je niet. Je kunt het alleen maar zien. Mensen die kiezen of voor de ene of voor de andere oplossing. Dat weten we al pas sinds we dit zien. Je kunt het niet horen. Dit is een voorbeeld weer. Kinderen die horen een klank. En die moeten daar iets mee. Die willen die klank zelf gaan maken. Niemand legt ze uit hoe ze dat moeten doen. En dus gaan ze zelf een oplossing verzinnen met die klank. Gaan ze zelf een oplossing verzinnen. Het leren van bijvoorbeeld die R-klank, het leren van taal, is voor een heel groot gedeelte een kwestie van je aanpassen aan anderen. talen veranderen omdat mensen zich voortdurend aan elkaar aanpassen en omdat ze zich bewust zijn van hoe andere mensen praten. Er is een beroemd onderzoek gedaan in New York door een beroemde Amerikaanse taalgeleerde William Labov. Dat is al een jaar of 40 geleden. Ook in New York, zelfs in New York, is er iets aan de hand met de R. Wat is er daar aan de hand? Een echte New Yorker zegt de R niet aan het eind van een woord. Die zegt niet New York, niet car, maar car New York. Zegt helemaal geen R meer. Alle New Yorkers doen dat soms. Maar arbeiders doen het vaker dan de elite. Dat was wat Labov vaststelde in zijn onderzoek. Hoe deed hij dat onderzoek? Ik vind het een geweldig idee. Het probleem is, als je zoiets wil onderzoeken, dan moet je mensen een microfoon onder hun neus houden. En als je mensen een microfoon onder hun neus houdt, dan gaan ze zich altijd aanpassen. Ze gaan meteen beter hun best doen. Ze gaan netjes praten. En omdat alle New Yorkers die er wel kunnen zeggen, doen ze dat dus allemaal zodra je ze een microfoon onder hun neus houdt. Je hebt dus een manier nodig om ze te onderzoeken terwijl ze dat niet in de gaten hebben. Dat is het probleem. En hij lost het probleem op door naar verschillende warehuizen te gaan in New York. Het equivalent van de Bijenkorf en het equivalent van de HEMA. En in ieder van die warehuizen ging hij eerst uitzoeken wat er op de vierde verdieping werd verkocht. Sokken. Er worden sokken verkocht op de vierde verdieping. Daarna ging hij naar de derde verdieping om daar te vragen, waar kan ik sokken vinden? Dan moest dus die winkelbediende zeggen, fourth floor of fourth floor. Dan vroeg Labov, wat zei u? Moest dus nog een keer zeggen. Dan had hij twee voorbeelden. En hij deed dit zowel bij de afdeling waar ze parfum verkochten als bij de afdeling waar ze ondergoed verkochten. En zo vond hij dat die New Yorkers heel subtiel gevoel hebben voor omstandigheden en voor sociale klassen. Mensen doen niet zomaar iets, zeggen niet zomaar die R wel of niet. Het is altijd een kwestie van je heel subtiel aanpassen aan wat er van je gevraagd wordt in een bepaalde situatie. Dat heel subtiel je aanpassen aan een bepaalde situatie, dat doen we allemaal. Doen we allemaal. Ieder van ons. Altijd. Mijn favoriete taalkundige experiment ooit is dat je mensen een lijst woorden laat voorlezen. Gewone woorden. Man, blues, enzovoort. Je kunt aan het geluidssignaal heel precies afmeten waar in de mond mensen die klanken hebben gezegd. Dat kun je meten. Dat hebben gedaan. Dat hebben voorgelezen. Laat je ze luisteren naar alle andere opname. De opname van de andere mensen die dat hebben voorgelezen. En daarna lezen ze allemaal die luisteren nog een keer voor. Dus ze luisteren voor, ze luisteren naar de andere. Dan lezen ze ze nog een keer voor. En de tweede keer zit iedereen veel dichter bij het gemiddelde dan de eerste keer. Iedereen doet het veel meer zoals andere mensen het ook doen. Dus jullie allemaal, allemaal, Je krijgt hier misschien niets van mee van dit hele college, maar jullie manier van praten is voor altijd veranderd. En iedereen doet het. Iedereen. Ook de koningin. Ik heb ooit onderzoek gedaan naar de koningin. Het mooie van de koningin was, en is eigenlijk nog steeds, nu van de koning, is dat zij ieder jaar een kersttoespraak houden. Er zijn weinig andere mensen die ieder jaar op ongeveer hetzelfde moment, in ongeveer dezelfde omstandigheden, ongeveer hetzelfde zeggen. Het is waar. Het klinkt grappig, maar het is waar. Dus dat bestaat niet. Iemand als die koningin die ieder jaar ongeveer hetzelfde zei, daar kun je heel precies aflezen. Hoe zij veranderd is, bijvoorbeeld in haar uitspraak van de R. Dit is een... Vandaag wil ik mij graag tot u richten met een kerstgoed. Met kerstmis is het de gewoonte elkaar goede wensen te zenden, in woorden waarmee we iets van onszelf willen geven en tevens aandacht schenken aan de ander. Tevens aandacht schenken aan de ander. Let op de R. De R, als je goed hebt opgelet, ze heeft een heel deftige R. Een deftige R, maar een R die er altijd heel duidelijk is. Maar in de loop van de tijd, in de loop van haar koningschap, is ze die R langzamerhand niet helemaal verloren, maar is die steeds zachter geworden, is die steeds meer verdwenen. Kerstmis. Het feest van licht in duisternis roept de verwachting op van vrede en welbehagen. Juist vandaag kan het verlangen hiernaar ons helpen gevoelens van onvrede en onbehagen te overwinnen. Je hoort het, in de loop van de tijd is gaandeweg die R verzwakt. En dat is waarschijnlijk gebeurd bij ons allemaal of bij ons bijna allemaal. We veranderen allemaal met elkaar mee door dat mechanisme van ons voortdurend bewust of onbewust aan elkaar aanpassen. Veranderen gaan de weg langzamerhand steeds verder met elkaar mee. We passen ons dus allemaal aan elkaar aan en dat verandert totaal. Nou is het zo dat radio, tv, sociale media, die storten enorm veel taal over ons uit de hele tijd. Dus je zou denken, misschien branden daardoor de taal nog wel veel sneller. Is dat zo? Daarover gaat het volgende


Waarom_is_het_raar_om_met_een_Gooise_r_te_praten.mp4
 0.0
Time_indexConfidentialitySpeaker